De telefoniste van de Openbare Bibliotheek in Deventer weet niet waarom, maar Evert Jan Groeskamp is onbereikbaar. Twee dagen later heeft ze de verklaring: 'Hij is met vakantie.' De man die drie jaar geleden een 'anti-reisboek' publiceerde, kan het reizen niet laten.
Af en toe onderbroken door treingedender vertelt Groeskamp vier dagen later in de stationsrestauratie van Deventer, over zijn zwerftocht door Mexico en Guatemala en vooral over zijn verslaving. Zoals een roker weet dat hij binnen een half uur een sigaret zal opsteken, weet Groeskamp dat hij volgend jaar weer het vliegtuig neemt naar een verre bestemming.
Hij zal in het toestel zitten 'als een kip in een legbatterij', piekerend over alles waaraan de doorsnee-reiziger liever niet denkt: hoeveel vervuiling hij samen met 570 miljoen andere toeristen veroorzaakt. Of hoeveel culturen zijn aangetast door het westerse ikke-ikke-denken.
Hij bladert in een onopvallend grijs boek van de psychologen Miranda van Tilburg en Ad Vingerhoets. Vingerhoets heeft iets gemeen met Groeskamp. De Tilburgse hoogleraar haat reizen, of het nu in een vliegtuig is of met de auto. Net als Groeskamp prefereert hij de trein, als hij per se moet reizen.
Het verschil: Vingerhoets zoekt voor zijn vakantie ('daar hechten ze thuis aan') een stil hoekje op in eigen land. Groeskamp heeft nog duizenden kilometers te gaan. Hij wil naar Zuid- of Oost-Afrika, hij gaat nog een keer terug naar de VS, wil Ecuador zien en de Galápagos-eilanden ('voor ze helemaal zijn verpest'), hij neemt een keer de trein naar Peking en ooit zal hij naar Peru vliegen
Groeskamp - een keurige, informeel geklede veertiger, een onopvallende non-conformist - schudt zijn hoofd wanneer hij in het boek de reismotieven ziet die Van Tilburg en Vingerhoets opsommen. Een voorbeeld: statusverhoging is in bepaalde kringen een reden om verre reizen te maken.
Groeskamp haalt zijn schouders op. 'Het is een aspect, maar het wordt steeds minder belangrijk. Bijna alle paden zijn platgetreden. Wat is er nog bijzonder aan een reis door China?'
Hij voelt zich meer aangesproken door een onderzoek waaraan Vingerhoets wel eens refereert: mensen zien uit naar hun vakantie. Die valt zwaar tegen. En dan gebeurt het. De negatieve ervaring worden na thuiskomst weggefilterd. Ze hebben een fantastische tijd gehad.
'Dat verschijnsel ken ik', zegt Groeskamp met een glimlach. 'Je vakantie is altijd prima. Dat is hét standaard-antwoord. Je geeft tegenover anderen en tegenover jezelf niet toe dat het een mislukking was. Je hebt er je tijd en je geld aan besteed.'
Groeskamp had dat rotgevoel in India, een reis die zou leiden tot zijn boek India verlaten - Een anti-reisboek. Reizen is in derde-wereldlanden een stroperige aangelegenheid. Je bent, zegt Groeskamp, de hele dag bezig met het vinden van transport, van onderdak, van eten en drinken. Een Canadese toeriste in Guatemala zei: 'Ergens zijn is heerlijk, maar ergens komen is een verschrikking.'
In India zat het allemaal tegen. Hij voelde zich soms een nobody, bijvoorbeeld na een nacht in een hotelletje aan de rand van een wildpark. Overdag had hij geen wild gezien. Maar 's nachts schrok hij wakker. Zijn rechter ooglid werd afgetast door een tongetje. Groeskamp bleef doodstil liggen, hield zijn ogen dicht. Een cobra was zijn kamer binnengekomen. Hij kon zich de paniek voorstellen als het beest zou bijten. Groeskamp in zijn anti-reisboek: 'De Indiërs zouden door elkaar schreeuwen en heen en weer rennen, maar verder niets doen. Een serum zouden ze in dit hotel waarschijnlijk niet hebben. Een ondertussen zou ik langzaam sterven. Derderangsschrijver in wildpark door slangenbeet gestorven. Moest zo nodig jungle in.'
Toen het beest ineens verdween, realiseerde hij zich dat het geen cobra was geweest, maar een hagedis. De hotelmanager was het om het even. In India sterven per jaar tienduizend mensen aan de beet van een slang. Wat maakt het uit of daar een toerist bij is?
Omgekeerd is er ook onverschilligheid. De meeste toeristen zoeken hun heil bij elkaar. Ze arriveren in een vliegtuig met airco, stappen in een touringcar met airco en worden afgeleverd bij hun hotel met airco.
Groeskamp typeert het als 'reizen in een luchtbel'. Amerikanen noemen het de environmental bubble.
'Bij backpackers heb je hetzelfde', zegt hij. In een indianendorp in Guatemala signaleerde hij een revival van het hippie-tijdperk. Jongens met bijna identieke haardossen, snorren en baarden - het leken lijnrechte afstammelingen van de flower power-beweging - leefden er volgens eigen codes. De middenstand in het dorp zorgde voor Amerikaans eten en popmuziek. De jongeren hadden hun eigen subcultuurtje gecreëerd, hun eigen 'luchtbel'.
'Een enkeling is geïnteresseerd in de bevolking', zegt hij. Vanaf zijn achttiende reist hij, meestal alleen en het ging hem in het begin om zelf de Taj Mahal te zien of de Borobudur. 'Mensen waren voor mij niet meer een levend decor.' Pas later begon hij zich voor de bevolking te interesseren.
'Maar', zegt hij, 'die belangstelling kan je voeden met boeken, of via internet. Er zijn cd's met muziek van alle werelddelen. Vroeger was het argument dat je moest reizen om de wereld te leren kennen. Dat gaat niet meer op.'
Toch reist hij en niet zo weinig ook. Hij wordt er mee geplaagd: een anti-reisboekschrijver die het reizen niet kan laten.
'Het is waar. Ik heb dat in mijn boek ook toegegeven. Het was een heel mooi slot geweest als ik had gezegd: ik ga nooit meer op reis. Maar ik had niet de illusie dat mijn boek iemand van het reizen zou afhouden en mijzelf evenmin.'
Hij legt zich wel beperkingen op. De term eco-vakantie vindt hij belachelijk en een weekeinde New York decadent. 'Als je naar de VS gaat, blijf er dan zo lang mogelijk.' En dan zijn non-conformisme. In Guatemala besloot hij niet te gaan kijken bij de ruïnes van de Maya-stad Tikal. Hij was niet in de buurt en wilde niet toegeven aan het moet-je-gezien-hebben-gevoel.
Maar hij blijft reizen. 'Ik ben niet anders dan anderen. Ik zit ook in dat proces dat je weg móet. Ik ben verslaafd. In een andere maatschappij (hij grinnikt om zijn 'verheven uitspraak') zou dat niet meer hoeven. In een samenleving waar iedereen zich op zijn plaats voelt, waar geen stress is, heb je geen behoefte om op reis te gaan. Maar zover zal het de komende decennia niet komen.'
Evert Jan Groeskamp: India verlaten - Een anti-reisboek (isbn 90-9011487-4; fl 29,90, uitgave in eigen beheer). Miranda van Tilburg en Ad Vingerhoets: Psychological Aspects of Geographical Moves: Homesickness and Acculturation Stress (alleen nog te vinden in bibliotheken).
"..besloot hij niet te gaan kijken bij de ruïnes van de Maya-stad Tikal." Fantastisch! Haha, ik mag dat wel. Dit klinkt als een leuk boek. Misschien dat Praamstra 'm heeft liggen?
Griekenland - Gert werkte zich van klusje naar klusje, maand na maand. Hij had zijn...
Griekenland - Op een grijze herfstdag reed Gert me naar het stuk land van de Vlaamse...
Lek - Zondag, zomer en met vrienden mee op het water. In een...
Noordkaap - Vrijdag 16 juli / zaterdag 17 juli. Na een lange voorbereiding zijn...
Rusland - Welke ontmoeting in de trein was zo speciaal dat je die nooit meer zal...
Duitsland - Sta je niet graag op de latten en trek je liever wandelschoenen aan,...
Bali - Waar kun je het beste naar toe als je Kerst wilt ontvluchten? Waar...
Iran - Hoe reis je als vrouw alleen het beste rond in minder...