"¡Buenos dias!" begroet ik de groep studenten als ik de klas in loop. Buenos, hola en hello zijn de antwoorden. De docent, later bleek hij de directeur van de school te zijn, steekt van wal. In vloeiend en rap Spaans. "Ik krijg het Spaans benauwd."
Na drie zinnen ben ik het spoor al bijster en gelukkig ben ik niet de enige. Mijn buurvrouw heeft ook (Spaanse) vraagtekens in haar ogen. Sommige medestudenten lijken de docent wel goed te kunnen volgen en knikken op het juiste moment als hij iets vertelt. Ik knik met hen mee, maar wrijf vooral de vermoeidheid uit mijn ogen. Het is 8 uur 's ochtends in het Spaanse taleninstituut in Barcelona en ik ben gistermiddag in de stad aangekomen. Mijn hoofd staat nog niet helemaal in de Spaanse stemming, dat blijkt ook als ik even later met een kleiner groepje een test moet doen. Zeg maar gerust een examen, want met de uitslag ervan wordt bepaald in welke klas je terecht komt. Het mij er alles aangelegen om in elk geval niet in het laagste niveau te belanden. Ik heb mij namelijk ook heb opgegeven voor de extra intensieve conversatielessen, waarvoor minimaal één niveau hoger vereist is. Mijn Spaans is heel ver weg gezakt nadat ik het 15 jaar geleden op school gehad heb, voor slechts een jaar. En zoals altijd gebruik ik het te weinig, waardoor ik tijdens mijn werk als steward niet vaak verder kom dan het vakantiespaans dat veel Nederlanders in Benidorm spreken.
Benauwd
Mijn doel met het examen is bereikt en ik mag aan beide lessen meedoen, ik begin in het eerste boek, maar wel ergens halverwege. Op naar mijn eigen klasje van acht studenten! Ik moet mijzelf voorstellen. In het Spaans uiteraard. Met wat horten en stoten komen mijn ingestudeerde zinnen er uit, kennelijk tot tevredenheid van de docent, want hij begrijpt mijn steenkolen Spaans. De anderen vertellen wie ze zijn en wat ze thuis doen en mijn medestudenten van deze week komen uit Amerika, IJsland, China (4x!), Zwitserland en Italië. Allen twintigers, eentje zelfs net 18. Mijn studieboek wordt halverwege opengeslagen en ik duik meteen in de theorie van deze edele taal. En ik krijg het even Spaans benauwd. Ik heb nog een lange weg te gaan vrees ik. Gelukkig besteedt het instituut ook aandacht aan andere zaken dan de theorie: de eerste avond is er een gezamenlijk diner van alle nieuwkomers waarbij allerlei Spaanse lekkernijen op tafel zijn uitgestald. Juist, ook hier kwam ik voor, smullen maar! En de voertaal aan tafel is nog even Engels. Met Duitse, Nederlandse en Chinese accenten, dat dan weer wel.
Arabisch
Die avond slaap ik voor de tweede nacht bij mijn tijdelijke gastouders, een vriendelijk koppel van eind vijftig. Hij werkt in een museum en zij studeert Arabisch, doet het huishouden, schreeuwt om de tien minuten naar hun hond en praat vooral veel en snel Catalaans. Dat is de taal van Barcelona en omgeving en dus niet het algemene Spaans dat ik geacht word te leren. Ik kan er geen touw aan vastknopen als ze me weer probeert uit te leggen hoe de Arabische grammatica in elkaar steekt. Nu begrijp ik dat ook niet in het Nederlands dus dat is niet zo heel vreemd, laat staan in het Catalaans. Aan tafel met haar echtgenoot erbij spreekt ze bewust rustig en Castelliaans, Spaans dus. Ik vertel als een kind dat van school komt over mijn ervaringen met de medestudenten en leraren. Nou ja, ik doe een poging en zij doen een poging mij te verstaan. Gelukkig kan ik het af en toe in het Engels aanvullen tot een volledig verhaal.
'Nihao' hoor ik in de klas. Huh? Ik kan me vergissen, maar dat is toch echt Chinees. En dat klopt, een van de studentes heeft haar vertaalcomputertje aangezet en wordt op deze manier digi-taal begroet. Ik zie het alweer, ik loop hopeloos achter met mijn zakwoordenboekje. Als een Italiaanse studente in de klas even later verwonderd uitroept: "Heb jij nog geen Facebook-pagina"? kijken zeven paar ogen mij meelijwekkend aan. Mijn verdediging dat ik wel over een Hyves-pagina beschik, brengt daarin geen verandering. Waar stond ook alweer in de brochure en op de website van het taalinstituut dat het voor iedereen toegankelijk is? Gelukkig heb ik intussen al lang aansluiting gevonden bij meerdere medestudenten van verschillende leeftijden (eentje 'zelfs' twee jaar ouder, ook zonder Facebook-pagina). In het blokuur intensieve conversatie kampt een 64-jarige Deense vrouw met dezelfde digitale aanpassingsproblemen. Zij beweert nooit de grammatica onder de knie te krijgen en beroept zich op geheugenverlies. Dezelfde smoes geldt voor de derde student in dit klasje, al komt het bij deze 21-jarige Duitse studente vooral door haar uitbundige uitgaanspatroon van de weken ervoor. En ik? Ik dreun braaf de vers geleerde woordjes op (wat staat er in een woonkamer, wat zijn je lichaamsdelen etc, alles in het Spaans natuurlijk). Om ze de volgende dag ook te zijn vergeten door een nachtje genieten van het onvervalste Catalaanse kroegleven.
Als de week om is en ik voor de laatste keer bij mijn gastouders aan tafel zit, blijkt mijn Spaans toch een behoorlijke impuls gehad te hebben. Ik klets er lekker op los, af en toe zelfs grammaticaal verantwoord en correct. Ook toets ik mijn nieuw geleerde woorden bij mijn toehoorders waarop zij instemmend knikken, er komt geen Arabisch, Engels of Catalaans meer aan te pas, wij begrijpen elkaar. Cursus geslaagd!
FC Barça
Mijn tweede week in de stad ga ik mijn theoretische kennis nog meer in de praktijk brengen. Geen klaslokaal, maar museum. Geen medestudenten, maar medetoeristen. En geen gastgezin, maar een hostel in het centrum. Dat de Chinezen het reizen hebben ontdekt wordt mij ook hier duidelijk als ik de andere gasten zie. Op de computer in de gezamenlijke ruimte wordt ik met een Chinese openingspagina begroet. Met de Nederlandse medestudent (uit een andere klas) Dennis ga ik stappen, doe ik de toeristische bustour en ga ik naar het stadion van FC Barcelona. En naar een wedstrijd natuurlijk, tegen middenmoter Getafe. In de gigantische winkel van twee verdiepingen is het een Luilekkerland voor wie van FC Barça houdt. Alles waar een logo of de clubkleuren paars en blauw op gedrukt kunnen worden, zijn aanwezig. Een greep uit het assortiment: hondenmand, chips, Sudoku en uiteraard veel, heel veel (voetbal)kleding. Wij zitten helemaal bovenaan in het niet uitverkochte stadion en vermaken ons prima met alles wat er om ons heen gebeurt. Schreeuwende die-hard fans roepen teksten naar elkaar, de spelers en vooral de scheidsrechter die wij niet in de klas geleerd hebben. "Dit is goed voor ons vocabulaire" en "die kreet onthouden we" zeggen we tegen elkaar. Het is een ware 'verrijking' van onze Spaanse woordenschat.
Ook de praktijklessen zijn dus geslaagd en vol goede moed spreek ik op latere vluchten de Spaanstalige passagiers in hun eigen taal aan.
Er zijn nog geen reacties op deze bijdrage.
Wilbert is een flashpacker: hij combineert luxe en budget op al zijn reizen, in Nederland en wereldwijd. Hierover schrijft hij in deze blog en vult hij dit aan met tips.
Griekenland - Gert werkte zich van klusje naar klusje, maand na maand. Hij had zijn...
Griekenland - Op een grijze herfstdag reed Gert me naar het stuk land van de Vlaamse...
Lek - Zondag, zomer en met vrienden mee op het water. In een...
Noordkaap - Vrijdag 16 juli / zaterdag 17 juli. Na een lange voorbereiding zijn...
Rusland - Welke ontmoeting in de trein was zo speciaal dat je die nooit meer zal...
Duitsland - Sta je niet graag op de latten en trek je liever wandelschoenen aan,...
Bali - Waar kun je het beste naar toe als je Kerst wilt ontvluchten? Waar...
Iran - Hoe reis je als vrouw alleen het beste rond in minder...