Een Grieks huis kopen

door ruard op donderdag 21 januari 2010

Leros, Griekenland

klik voor een grotere foto
klik voor een grotere foto
klik voor een grotere foto
huis kopen Griekenland

 

Hoe ouder je wordt, hoe minder belang je hecht aan het vieren van verjaardagen. Of aan het onthouden van bepaalde data. Het zwemdiploma. De eerste kus. Het eindexamen. Maar maandag 22 maart 2004 was zo'n datum. Toch weer. Op die dag kocht ik namelijk voor het eerst een huis. En niet zomaar een gewoon rijtjeshuis, nee, een oud huisje op het eiland Leros, één van de eilanden in de Dodekanesos archipel. Griekenland, waar anders?

 

De uiteindelijke koop voltrok zich in de keuken van de familie Paraponiaris ("Klager"), de verkopende partij. Dat dit niet ten burele van de lokale notaris gebeurde, kwam omdat de eigenares (Oma Paraponiari) niet meer kon lopen, en trouwens ook grote moeite had met zitten, lezen en schrijven. Daarom vond ik vroeg in de middag de volgende personen om de grote keukentafel:  de familie Paraponiaris (Oma, haar dochter Filio, schoonzoon Jannis en kleindochter Rinaki met de reebruine ogen), de notaris (Frosini) en twee advocaten die beide partijen vertegenwoordigden (de mijne heette Spyros en van die van de familie Paraponiari ben ik de naam zelfs nooit te weten gekomen). Ook waren er het hondje Rudy en een aquarium vol vissen, waarvan er eentje met zijn zwarte kop wat onnatuurlijk naar beneden hing. Het feest van de officiële verkoop kon beginnen.

 

Maar de basis voor deze keukenscene was 9 maanden eerder al gelegd, in de Benelux in juni 2003. Een zeer warme zomer deed zijn intrede, en ik begon mij op mijn werkplek hoe langer hoe gedemotiveerder te voelen. Voor dergelijke momenten had ik altijd een setje "feel good" websites bij de hand, een combinatie van low budget airlines en informatie over huizen in Griekenland - het soort sites waar je binnen 5, 6 muisklikken een telefoonnummer kan vinden van een makelaar die zo op het oog perfecte witte huisjes aan perfecte witte strandjes verkoopt.

Op die dag in juni kwam ik op een site terecht die huizen op Leros te koop aanbood. Nooit geweest, daar op Leros. Het enige dat ik van het eiland wist was dat het een slechte naam had onder de Grieken, omdat 's lands grootste psychiatrische inrichting er stond - en staat. Maar twee van de huizen trokken direct mijn interesse. Eentje omdat het zo te zien aan het strand lag (de prijs van 70.000 euro leek me alleen al vanwege die ligging redelijk) en een ander vanwege de prijs: 40.000 euro voor wat zo te zien een wat krakkemikkig klein huisje was, geschilderd in vreselijke kleuren. De foto's gaven niet veel duidelijkheid, of beter: de foto's beloofden weinig goeds. Desalniettemin was er een balkon te zien met zeezicht, en leek het in bewoonbare staat te verkeren.

Tjemig, 40.000 euro. Dat zou zomaar kunnen.

 

Die zomer hield ik vakantie op het eiland Patmos, en niet alleen omdat het een van de mooiste Griekse eilanden is. Er kwam bij dat het vlakbij Leros ligt. Na een weekje Patmos nam ik de boot en kwam op Leros aan. Ik was benieuwder dan ooit - op Patmos zou ik ook best een huisje willen, maar dat was simpelweg onbetaalbaar. Het barstte er van de cruisetoeristen en de hippe Italianen. Ik spotte er Marc Klein Essink, en Aart Staartjes speelde er dagelijks stratenmaker op zee in een piepklein zeilbootje. Heel marktverpestend allemaal.

Eenmaal op Leros contacteerde ik de man achter de "feel good" website. Hij heette Jorgos, maar omdat hij in Londen woonde was het George. Ik had in juni al een paar e-mails met hem uitgewisseld, waarbij hij me steeds heel joviaal antwoordde, in de trant van "nou kijk, de zomermaanden breng ik op Leros door en als je er nou toch bent, dan regel ik een goedkope kamer voor je en dan rijd ik je het eiland rond om je de verschillende huisjes te laten zien". Vanuit een internetcafé in het dorp Platanos stuurde ik hem een e-mail. En ik genoot van Platanos - zelfs in het hoogseizoen had het nog die authentiek Griekse X-factor. Na een pittige souvlaki-maaltijd wandelde ik wat in het rond, raakte twee keer de weg kwijt op de verschillende trappetjes van het steil oplopende dorp. En toen, midden in een prachtig buurtje, stond ik zomaar oog in oog met Het Huis.

            Het kon niet missen: "Te Koop", was er op de geelbruine muur geschilderd, in grote witte letters. Er stond ook een telefoonnummer van 5 cijfers op. Dat was niet het nummer van Jorgos. Zoveel wist ik wel. En nu ik eens wat beter keek, waar was de krakkemikkige indruk van de foto's gebleven? Was het wel hetzelfde huis? Ja, dat was het, want ik herkende de bruine jaren-50 voordeur, en de druivenstruik die half over het pad langs het huis hing. Wie had die hopeloos slechte foto's op de website gezet. Jorgos zelf?

            Ik kon hem hebben, volgens mij.

 

"Moeten jullie eens kijken, hoe die zwarte vis zijn koppie laat hangen. Ja die daar, die achter de thermostaat!"

In haar kleine, overvolle keuken staat Filió Paraponiari, de vrouw des huizes, met haar korte, tanige armpjes naar het aquarium te gebaren. De beide advocaten staan met zichtbare tegenzin op. Dat ze zo vlak voor lunchtijd nog een bezoek aan de familie Paraponiaris moeten brengen,dat hoort bij de verplichtingen van het vak, maar vraag ze niet om daarbij ook nog eens een sociaal nummertje op te voeren. Er zijn grenzen. Goed, ze mogen dan wel zo'n 500 euro de man vangen voor hun aanwezigheid hier, maar moeten ze zich nou echt over een aquarium heen buigen om naar een dood visje te kijken? En toch doen ze het, want het eiland is klein en daarbij, over 15 minuten staan ze weer buiten. Maar het advocatenmetier heeft soms zijn prostituterige kantjes.

            Ondertussen schuifelt de eigenares van het huis, Oma Paraponiari, naar de tafel waarop de koopakte ligt. Ze wordt ondersteund door een man die een soort bankschroef om zijn hoofd heeft zitten. Dat is haar kleinzoon, die - naar ik later hoor - op zijn zevende jaar een zwaar ongeluk heeft gehad. Ik heb met hem te doen, zoals hij daar op de drempel wat wezenloos staat te glimlachen. Terwijl ik zo naar hem zit te kijken, geeft hij me plotseling een volle glimlach en steekt zijn duim omhoog. 

           Zijn oma weigert te gaan zitten. "Dan kom ik nooit meer overeind!"  Ondertussen is het schoothondje Rudy in de alarmfase 3 belandt. Met zijn kop omhoog zet hij het van een afstandje op een oorverdovend gekef richting oma. Die brengt een licht wanhopig "apapapapa" uit. En Filió zegt, tegen niemand in het bijzonder: "Ah, hou op Rudy! We weten dat je niet tegen zwarte kleren kan."

 

Zeven maanden voor deze keukenscène had ik de familie Papaponiari leren kennen. Op de dag dat ik het huis voor het eerst zag. Kleinzoon Nikitas, die naast het huis woonde, gaf me de rondleiding. Het was er muf, vochtig en donker. Het stond vol aftandse, stoffige meubeltjes van oma waar ik niks mee kon. Het had een onooglijke badkamer en een onmogelijke keuken. Maar het was echt, het was authentiek. Het was opgetrokken uit dikke stenen muren. Aardbevingbestendig. En dat uitzicht vanaf het terras! Dit moest het worden, dit moest het zijn.

          Ik vroeg Nikitas om het allemaal op mijn gemakje alleen te bekijken. Dat is goed, zei hij. Ik zie u dan straks hiernaast wel. Loop maar gewoon naar binnen.

Ik klopte op de houten kozijnen alsof ik verstand had van houtworm. De prijs! Zou de prijs nog steeds 40.000 zijn? Paniek, ineens. Daar stond ik dan in mijn vakantiekleren, in alles de naieve Noordeuropeaan die zomaar tweemaal te veel voor dit huisje zou kunnen gaan betalen. Wat ik me toen voornam was om, alles bij elkaar, koop en restauratie, niet boven de 50.000 euro te gaan. Gesterkt door die houvast liep ik bij Nikitas naar binnen en maakte kennis met zijn aanstaande vrouw. Een kordate jonge meid met een gulle lach. Hun huis was gloednieuw van binnen - een ijskast stond nog in het karton. De bruiloft was in oktober, zei een glunderende Nikitas. En voor die tijd was er nog heel wat werk te doen. Een beetje Griekse bruiloft kost al gauw.... driekwart huisje?

             Ik besloot niet langer te talmen en vroeg naar de prijs. Nikitas keek zijn aanstaande aan. Een aarzeling; En toen ze zij het: "We geven het voor 12 miljoen drachmen."

In vliegende vaart de hoofdrekencellen gemobiliseerd. Dat was... 35.000 euro? Niets zeggen, niets zeggen! En toch zei ik het:  hoeveel is dat ongeveer in euro's?

"Ik dacht ongeveer 20.000", zei de aanstaande. Nog een keer snel rekenen. Nee, dat kon niet. Ook Nikitas trok een bedenkelijk gezicht. Dus zei ik het maar: "Dat is ongeveer 35.000 euro." En ze knikten.

            Dat we later afspraken dat Nikitas en zijn vader het huis voor rond de 15.000 euro zouden gaan opknappen, en dat ik de meubels die in het huisje stonden erbij zou krijgen, dat was allemaal bijzaak. Want op dàt moment, toen we erachter kwamen dat 12 miljoen drachmen neerkomt op 35.000 euro, werd de eigenlijke koop gesloten.

           Waarbij ik in het voorbijgaan George de makelaar uitschakelde.

 

Terug naar de koop in de keuken. De centrale plaats aan de tafel, links van mij, wordt ingenomen door Kyrá Frosini, de notaris. Een kordate vrouw van achter in de veertig, die weet dat je met goedmoedige eilanders niet te veel geduld moet hebben, anders staan er over een week nog geen handtekeningen onder het contract. Ze gelast me om de 35.000 euri in contanten aan Jannis te geven. Nu al?, vraag ik. Ik heb namelijk een engelse brochure gelezen over het kopen van huizen in Griekenland, en daar staat in dat het geld pas op het allerlaatst overhandigd wordt. "Nu ja, alleen om te checken," zegt de notaris op licht geërgerde toon.

Daar gaan ze dan, mijn vijfhonderdjes. Kon het niet per banktransfer, had ik nog gevraagd. Daarop begon de familie Paraponiaris bezwerende gebaren te maken. Nee, nee, het kon alleen contant. En een Griekse bankrekening had ik niet. Dus had ik een dikke envelop door de vliegveldsecurity moeten loodsen. Zonder problemen, gelukkig. De hele reis naar Leros was het geld niet van mijn zijde geweken. In het vliegtuig zaten ze in mijn buikbuideltje, op de nachtboot lagen ze in de rugzak die ik als hoofdkussen gebruikte. En tijdens het dagje dat ik noodgedwongen op Kos met ze moest doorbrengen, wachtend op de boot naar Leros, lagen ze vlak naast me op mijn badhanddoek. Dat ik toch even het water was ingegaan, was alleen omdat er verder niemand in de buurt was. 
Dan leest de notaris de koopakte voor. Links van mij hoor ik haar snel door de paragrafen gaan, waarbij ze elke keer als mijn naam voorbij komt, die heel nadrukkelijk uitspreekt, compleet met de naam van mijn vader en moeder. Na 3, 4 keer begint mijn eigenste advocaat dat een beetje te veel van het goede te vinden en maakt een "schiet op schiet op" gebaar. De keftedes moeten nog in de oven, waarschijnlijk. 
Rechts van mij klinkt het geknisper van de biljetten in Nikitas' stevige handen.
Als we op de helft van de akte zijn begint Filió's aandacht te verslappen en wijst ze de advocaten op de dode vis. Ondertussen is Oma Paraponiari tot aan de tafel opgeschoven, klaar om straks elk blad van het contract tergend langzaam met haar volledige naam te ondertekenen. Nikitas heeft alles twee keer nageteld en zegt dat het klopt. Straks zal ook ik ondertekenen en is het huis van mij.

En, waar denk ik aan? Wat gaat er op dit historische moment door me heen? Ik kijk in het rond en denk aan de vraag die ik niet mag stellen - simpelweg omdat ik dan uit mijn rol zou vallen, en mijn serieuze zakelijkheid geheel en al zou verliezen. En die vraag, die is: "Alstublieft, lieve mensen, ga vooral door waar jullie me bezig zijn. Maar mag ik misschien een paar foto's maken van wat er hier gaande is?"


Later, veel later, besef ik pas wat er gebeurd is. Later, als ik het huis heb aangegeven in het lokale register, als ik vijf vervolgbezoeken aan Leros heb gebracht om Nikitas en zijn werklui achter de broek aan te zitten. Later, als de kosten van de verbouwing licht de pan uitrijzen en ik een paar flinke knopen door moet hakken. Maar een goed jaar later zit ik op mijn eigen balkon over de zee uit te kijken. Nog niet beseffend hoe ontzettend veel slechter een dergelijk avontuur kan aflopen. Dat ontdek ik pas het jaar daarop, als ik voor een paar duizend euro een schattig huisje met tuinhuis op Samos koop. Waarna er zich allerlei grotere en kleinere rampen beginnen te ontrollen. Maar daarover een andere keer.

 

Niemand koopt zomaar een Grieks huis. Toen ik de knoop doorhakte op Leros had ik er ruim een decennium op zitten aan Griekse eilanden afreizen, Griekse huisjes kijken en Grieks spreken met de Grieken. Ik wist wat de verschillende stappen in het proces waren - en dat zijn er eigenlijk verbazend weinig. En dat het het beste was om een bestaand huisje te kopen - die zijn meestal goedkoper èn meer aadbevingsbestendig dan de nieuwe prefab-modellen die overal worden neergepoot. Plus dat je een huisje bij de zee elk jaar flink moet opknappen - de zee vreet aan alles wat los en vast zit. En tegen iemand die het land of de streek niet kent kan ik alleen maar zeggen: húúr eens iets voor een tijdje.
Maar al met al: een Grieks huisje koop je niet uit rationele overwegingen. Een Grieks huisje koop je omdat de verleiding te groot is. Omdat het met je op de loop gaat. Omdat het een van de weinige dromen is die zomaar werkelijkheid kan worden.

 

 

Reacties

Er zijn nog geen reacties op deze bijdrage.

Schrijf een reactie

plaats reactie

Je bent bij het reisdagboek van:

icon ruard
ruard heeft 38 artikelen en 1 tip geschreven.
 
Naar de voorpagina van dit reisverslag:
grieksereisleider.volkskrantreizen.nl
 
Abonneer op nieuwe verhalen via e-mail of rss of stuur ruard een bericht.
 

Hier dan mijn reisverhalen en impressies uit Brussel, Griekenland en misschien ook nog wel uit andere windstreken.

De Griekse verhaaltjes gaan vooral over de drie zomers toen ik er probeerde het vak van Grieks reisleider onder de knie te krijgen. Met wisselend succes.

De laatste tijd ben ik druk bezig met het renoveren van charmant vervallen eilandhuisjes op Samos en op Leros (kijk maar eens op: http://greekhouses.blogspot.com/). En dat levert ook weer stof voor verhaaltjes op.

Advertenties

Zomer in Noorwegen: Doen!


Noorwegen voor levensgenieters: ontdek het, beleef het! Meer info.

Best gelezen artikelen

BN'ers op reis: Waar zit je?

Tips voor op reis