Toen de vrouw van Ed Groen aan het eind van de jaren vijftig uit liefde voor Ed Steenwijk verruilde voor Egmond aan Zee, keek ze na aankomst verbaasd in het rond en constateerde dat ze in Egmond kennelijk geen last hadden van de gesel van de woningnood.
'Zoveel bordjes Huis te Huur heb ik nog nooit bij elkaar gezien', zei de aanstaande mevrouw Groen. Ed haalde haar snel uit de droom en wees op die andere bordjes: Zimmer Frei. Toen begreep zijn aanstaande het. Het hele Derp, zoals de Egmonders hun woonplaats noemen, was 's zomers te huur, woningnood of geen woningnood.
Niet zo heel veel later verhuurden de Groens 's zomers twee van de drie slaapkamers van hun flatje aan de Zeeweg aan toeristen. Soms hadden ze zes gasten en lagen ze zelf met hun drie kinderen op een provisorisch bed in de huiskamer. Niks aan de hand. Best gezellig, al snel wisten ze niet beter en het leverde een leuk zakcentje op.
Zesenhalve gulden per persoon per nacht rekenden ze destijds. Nu heeft Ed Groen in de Montgomerystraat nog altijd een bordje Zimmer Frei voor het raam hangen en drie kamers in de aanbieding. Twee tweepersoons en een eenpersoons. Kosten twintig euro per persoon, mét ontbijt. Goed ontbijt hoor. Toen de Muur net was gevallen en de Oost-Duitsers en masse naar Egmond kwamen, keken ze met open mond naar de luxe broodjes en de ruime keuze aan beleg die Ed hun voorzette. Nou ja, dat was er ook gauw van af. Snel verwend, die gasten.
Ach, Eds vrouw is er nog steeds niet echt blij mee, dat er wildvreemden in haar huis rondlopen. Maar Ed weet niet beter. Zijn moeder verhuurde al kamers. Iedereen in Egmond verhuurde vroeger kamers, als ze al niet hun hele huis verhuurden en zelf het schuurtje in de achtertuin betrokken.
In de woorden Zimmer Frei weerspiegelde zich de armoe van twee door de oorlog zwaar getroffen landen. Maar ook de eerste aanzetten van een nieuwe tijd, van vakantiereisjes ins Ausland, de democratisering van het toerisme en de bijbehorende commercialisering.
Zimmer Frei: het riekt naar de kneuterige, nijvere jaren vijftig, toen ze in West-Duitsland druk in de weer waren met het Wirtschaftswunder. Om uit te rusten trokken ze met de VW, de NSU of de luxe touringcar voor een weekje Ferien naar de Noordzeekust. Aan het strand groeven ze een diepe kuil en daar gingen ze fijn in liggen.
Geen ander woordenpaar dat beter de herstelwerkzaamheden aan de getroebleerde Duits-Nederlandse verhouding omschreef. De oude vijand als welkome gast tussen de propere lakens van het Egmondse logeerbed aan zee; tegen inlevering van zijn D-marken, dat natuurlijk wel. De wederopbouw kostte ook een lieve duit.
In het voortuintje van Jan en Nellie Pos aan de Voorstraat staat een bordje: Zimmer Frei mit tv. Er staat een kleine windmolen bij, opdat de Duitse gast niet hoeft te twijfelen: hier is het Hollands gezellig.
Het verhuren zit de familie van Nellie Pos in het bloed. Ze heeft drie broers: alledrie verhuren ze kamers. Haar grootouders verhuurden al kamers. En haar moeder had tot haar 83ste nog Zimmer Frei in de Trompstraat. Moesten de gasten wel hun eigen bed opmaken, want dat kreeg ze niet meer voor elkaar.
Als meisje mocht Nellie al niks aan de muur van haar slaapkamer hangen, want die was 's zomers voor de gasten. Toen zei ze: 'Ik doe dat later nooit, kamers verhuren.' Maar natuurlijk deed ze het wel. Want iedereen in Egmond aan Zee deed het. De familie van Jan Pos vindt het maar raar dat ze kamers verhuren aan wildvreemden die 's ochtends ook nog plaatsnemen aan je ontbijttafel. Maar ja, Jan Pos is geen echte Egmonder, hij komt van oorsprong uit het Gooi. En daar doen ze niet aan Zimmer Frei.
Maar in Egmond behoort het gewoon tot de dorpscultuur, zegt Jan Pos. In hun huis aan de Voorstraat zijn twee keurige Zimmer Frei, en als het moet drie. Mensen weten hier niet beter, zegt Jan Pos. Ze doen het al zo lang. 'Het gaat ze niet alleen om het geld. Ze vinden het ook leuk.' Al is geld natuurlijk lekker. Geld geeft vrijheid. Hoe meer geld, hoe meer vrijheid, zegt Jan Pos altijd maar.
Egmond aan Zee was vroeger een vissersplaats. Met de Egmondse bomschuiten verdienden de inwoners een schamele boterham in de haringvisserij of in aanverwante bezigheden. Maar toen in het begin van de 20ste eeuw de laatste drie Egmondse bomschuiten - die je met hun platte onderkant zo het strand op zeilde - door een storm werden vernield, was het gedaan met de visserij. Het dorp wás al straatarm, maar nu leek de ellende pas echt te beginnen.
'Zo verschrikkelijk arm, dat houd je niet voor mogelijk', zegt Cootje Bronner, schrijfster van diverse historische publicaties over Egmond aan Zee en een van de mensen achter het Egmonds Museum. 'Wat was Egmond aan Zee ook? Een kleine, afgesloten familiegemeenschap aan het eind van een zandpad dat naar Alkmaar voerde.'
Maar gelukkig had zich in de tweede helft van de 19de eeuw een ontwikkeling voorgedaan die nieuwe hoop bood. De zee was ontdekt als bron van gezondheid, met zeelucht blies je een hele reeks kwalen weg. Eerst was het de gegoede burgerij die zich naar de kust spoedde, al snel volgden ook de minder welvarenden.
In Egmond stond onderwijzer Arie Cornelis Bos aan de basis van het eerste kinderkoloniehuis in het dorp, waar stadse bleekneusjes werden opgekalefaterd, kleur op de wangen kregen en spek op de botten.
In 1905 leek de entree van Egmond in de kring van betere badplaatsen (Domburg, Noordwijk, Bergen aan Zee) al een feit, toen midden in het dorp een reusachtig Kürhaus verrees, gebouwd door de Alkmaarse ondernemer Willem de Lange. Met zeventig kamers was er ruimte genoeg voor de Europese beau monde, die het echter, ondanks het feit dat inmiddels een treinverbinding met Alkmaar tot stand was gekomen, om onbekende redenen liet afweten en de voorkeur gaf aan andere mondaine strandoorden. Tien jaar na de opening ging het Kürhaus onder nooit opgehelderde omstandigheden in vlammen op - de eigenaar zat nog een paar maanden in het cachot, maar brandstichting kon nooit worden bewezen.
En daarmee was het karakter van Egmond aan Zee feitelijk vastgelegd: een familiebadplaats zonder poeha. 'Dat is het sindsdien altijd gebleven', zegt Cootje Bronner. De bewoners pikten hun graantje mee van het opkomende toerisme, maar tot de Tweede Wereldoorlog bleef het sappelen. Als in de jaren twintig en dertig de Julianaboot, volgestouwd met lekkernijen, met een gezelschap toeristen een tochtje ging maken over de Noordzee, voer de kapitein met opzet even langs de gronden waar de golven wat hoger waren, zodat niemand aan boord meer een hap door zijn keel kreeg. Stonden de Egmonders al te wachten om het overgebleven voedsel in ontvangst te nemen als de boot weer had aangelegd en de toeristen groen en geel van boord waren gegaan.
De moeder van Nellie Pos-Wijn begon een paar jaar na de Tweede Wereldoorlog met haar kamerverhuur. De oorlog was nog vers, ze had nog geen bordje Zimmer Frei voor het raam. Tijdens de oorlog waren veel Egmonders geëvacueerd en was een deel van het dorp, de West, platgegooid. Duitsers, die hadden ze wel even genoeg gezien in Egmond.
Dus bij de familie Wijn hing een bordje 'Logies en ontbijt' voor het raam. 'Logisch, ontbijt', zei Nellies vader altijd. Aanvankelijk kwamen er vooral Zwitsers. Gasten moesten destijds nog een uitgebreid formulier met persoonlijke gegevens invullen, dat Nellies moeder vervolgens naar de politie bracht. 'Die Zwitsers vulden bij hun beroep altijd ”dokter” in. Mijn moeder zei nog: die Zwitsers, dat zijn zeker allemaal dokters. Ja, wist je veel.'
Wie in het dorp over een schuur of zomerhuisje beschikte, verhuurde in de zomermaanden bij voorkeur het hele woonhuis aan toeristen. In de rij doorzonwoningen aan de Voorstraat, gebouwd in 1948, woonde 's zomers geen van de bewoners in het eigen huis, maar zat iedereen in het schuurtje erachter. Toen in de jaren zestig de nieuwbouwwijk de Zuid werd gebouwd, werden daar alle koophuizen standaard voorzien van een zomerhuisje erachter, zodat de aankoopkosten snel konden worden terugverdiend met de zomerverhuur.
Welvarende families, veel uit Amsterdam maar ook van elders, huurden in de zomers van de jaren vijftig een maand of langer een huis in Egmond aan Zee. De Egmondse vrachtrijders Belleman, De Graaf, Gul en Wijker - de grootvader van Nellie Pos - hadden in die periode een dagtaak met het op en neer rijden naar het station van Alkmaar, voor het ophalen en wegbrengen van de vakantiebagage van de gasten. Want die namen hun halve huisraad mee naar zee.
Voorzichtig lieten in die jaren ook de eerste Duitsers zich weer zien. 'Eerst waren het nog moffen', zegt Ed Groen. 'Je had hier natuurlijk genoeg mensen die zeer anti-Duits waren. Logisch natuurlijk, een jaar of vijf na de oorlog.' Maar Egmonders hadden al snel in de gaten dat de Duitsers geld hadden en dat ze ditmaal bereid waren voor hun verblijf te betalen. Groen: 'Ze kregen in de gaten dat die Duitsers meer wilden betalen dan de Nederlanders. Toen werden het van moffen al snel Duitsers.'
Het was alsof de herinnering aan de grote armoe van de 19de en het begin van de 20ste eeuw zich in het collectieve geheugen van de Derpers had genesteld. En de toenemende stroom Duitsers verschafte het dorp welvaart en een zeker inkomen. 'Geld stinkt niet', zegt Ed Groen. Cootje Bronner: 'Egmonders laten zich niets zeggen, die gaan volstrekt hun eigen gang. Ze lieten ook wel merken wat ze van de Duitsers vonden. Maar ze verdienden er nu eenmaal aan. Het zijn hier pragmatische mensen.'
Nellie Pos maakt alleen het bekende gebaar tussen duim en wijsvinger. Naast haar woonde enige tijd een politieagent, die zich zeer anti-Duits opstelde. 'Hij had geen zin in moffen naast zich, zei hij. Begon bij mijn gasten op de muur te kloppen, dat soort dingen. Heb ik hem toch even laten weten dat hij daarmee moest ophouden. Later hoorde ik dat hij zelf fout was geweest in de oorlog. Nou ja.'
En zo verschenen overal in het dorp de bordjes Zimmer Frei. Het mooiste, zegt Ed Groen, waren in de jaren zestig de bussen van de touroperators uit het Ruhrgebied. Die leverden een volle bus vakantiegangers af, die ze veertien dagen later weer kwamen ophalen. 'Of het nou veertien dagen hoosde of niet, die mensen kónden niet eens weg. Dus daar zat je goed mee, in de verhuur.'
Ed Groen zag hele generaties Duitsers langstrekken. 'Kinderen die hier waren gemaakt kwamen later zelf weer een kamer huren.' Het waren de drukke jaren. Bij Nellie Pos kwam het voor dat de drie kamers waren verhuurd, dat er nog twee vakantiegangers in het schuurtje sliepen én dat ze ook hun eigen slaapkamer op zolder nog hadden opgeofferd. Lagen ze zelf op een kermisbed in de huiskamer en hadden ze soms elf gasten aan de ontbijttafel van hun doorzonwoning zitten.
Ze deden het toen allang niet meer uit armoe, de Egmonders, de verhuur van huis of kamers. Het toerisme bracht welvaart in het dorp aan zee en van de verhuuropbrengsten knapten ze hun huis op, kochten ze een nieuw huis, schaften zich een knap karretje aan en gingen zélf op vakantie - altijd in het naseizoen natuurlijk.
Wie nu door Egmond aan Zee loopt, ziet nog genoeg Zimmer Frei-bordjes. Bij de plaatselijke VVV staan er tussen de 35 en 40 ingeschreven, maar het zijn er veel meer, in de particuliere kamerverhuur. Maar vermoedelijk toch minder dan een jaar of twintig geleden. En het zijn nu vooral oudere Egmonders die nog kamers verhuren, zegt Esther Cremers van de Egmondse VVV. De jongeren hebben geen zin meer in wildvreemden over de vloer, die ze voor een paar tientjes ook nog een ontbijt moeten serveren. En bijna niemand in Egmond aan Zee verhuurt meer zijn eigen huis, om de zomer in schuur of zomerhuisje door te brengen. Gasten zitten in het zomerhuisje, de Egmonder blijft in zijn huis. De tijden zijn veranderd.
'Ik was een keer bij vaste Duitse gasten van ons, ergens in Duitsland', zegt Nellie Pos. 'Die mensen woonden in een prachtig paleis van een huis. Ik zeg: ”Wat moeten jullie nou eigenlijk elke zomer bij mij?” ”Dat vinden we gemütlich”, zeiden ze. Dat is het hè, gezelligheid. Knus.'
Vakantiegangers die, zoals vroeger, veertien dagen een Zimmer huren zijn er bijna niet meer. Ze komen twee, drie nachten, afhankelijk van het weer. En ze komen het hele jaar door, van april, als de bollenbussen uit Duitsland, Polen en Tsjechië beginnen te rijden, tot oktober.
Voor de zomervakanties gaan de mensen tegenwoordig naar Spanje of Turkije, niet meer naar Egmond aan Zee, zegt Ed Groen. 'In Turkije boeken ze een hotel waarbij alles is inbegrepen. Dat je zo'n geel bandje om je arm krijgt en dat verder alles gratis is. Daar kunnen wij natuurlijk niet tegenop.' En de werkloosheid in Duitsland, dat helpt ook niet. De gewone mensen, daar moesten ze het in de Zimmer Freimarkt toch van hebben. En die zijn nu hun baan kwijt. Komen nog één keer per jaar een lang weekeinde, in plaats van drie keer.
Rijk is Ed Groen er toch al niet van geworden. Dronk hij op zaterdagmiddag bij het afscheid een borreltje met de gasten, was de winst eigenlijk alweer op. Nou ja, bij wijze van spreken dan. Want Ed heeft naast de verhuur eigenlijk nooit een betaalde baan gehad.
'Ik denk toch dat het in de toekomst minder gaat worden met de particuliere kamerverhuur', zegt Esther Cremers van de VVV. 'Mensen stellen tegenwoordig meer prijs op privacy. Dus dan ga je toch eerder naar een hotel, of een pensionnetje, ook al betaal je dan wat meer.'
Ed Groen is 65 en houdt het binnenkort voor gezien. Nellie Pos is 63 en gaat misschien nog een jaartje of twee door, maar dan is het ook welletjes. Gewoonlijk was ze begin juli al zo'n beetje volgeboekt voor augustus. Nu is er voor die maand nog niet één nacht gereserveerd.
Zimmer Frei genoeg, in Egmond aan Zee.
Er zijn nog geen reacties op deze bijdrage.
Griekenland - Gert werkte zich van klusje naar klusje, maand na maand. Hij had zijn...
Griekenland - Op een grijze herfstdag reed Gert me naar het stuk land van de Vlaamse...
Lek - Zondag, zomer en met vrienden mee op het water. In een...
Noordkaap - Vrijdag 16 juli / zaterdag 17 juli. Na een lange voorbereiding zijn...
Rusland - Welke ontmoeting in de trein was zo speciaal dat je die nooit meer zal...
Duitsland - Sta je niet graag op de latten en trek je liever wandelschoenen aan,...
Bali - Waar kun je het beste naar toe als je Kerst wilt ontvluchten? Waar...
Iran - Hoe reis je als vrouw alleen het beste rond in minder...