Welkom in Struisvogel Hoofdstad

door ericvandenberg op zondag 19 augustus 2007

Klein Karoo, Zuid Afrika op zaterdag 15 april 2006

Bron: redactie
klik voor een grotere foto
klik voor een grotere foto
klik voor een grotere foto
eric van den berg volkskrant zuid-afrika klein karoo oudtshoorn wijnroute kaap

 


Een tocht door de Klein Karoo in Zuid-Afrika is een stap terug in de tijd. Knusse dorpjes, weidse vlakten. Beklemmend én bevrijdend.
---



De witte strepen op de weg schieten voorbij, maar de wolken komen niet dichterbij. Alsof ze daar eeuwen hebben gehangen, boven die grote leegte en de trillende hitte, boven de toppen van de Swartberg, die een luttele kartelrand vormen achter de uitgestrekte weilanden - daar houdt de Klein Karoo op. Of begint ie.

We komen van nergens, zo voelt het, en we gaan nergens naar toe. Nou ja, de Route 62, dat is rechtdoor. Westwaarts, richting Kaapstad. Door een gebied waar het ook vandaag niet regent. De Khoikoi, door de blanken bestempeld als Hottentotten, vernoemden hun land naar de droogte, of beter, het resultaat daarvan: karoo, dorst. Ten noorden van de Swartberg zagen ze het Groot Dorstland, nog weidser, ten zuiden het Klein Dorstland.

Klein Dorstland. Zo'n 340 kilometer van de watermolen van Uniondale in het oosten tot het oude Engelse fort in de Cogmanskloof bij Montagu in het westen, dat wel, en toch heeft het iets knus. Dat is op je rem trappen voordat je het dorp al weer uit bent. De wereld waaraan ook de tijd voorbij is gereden.

Zelfs de tijd van de apartheid, zegt een 71-jarige inwoner van Calitzdorp, Barney du Plessis. Een blanke inwoner, die heeft vernomen dat er iemand met een blocnote is gesignaleerd en in restaurant Rose of the Karoo maar even aanschuift om 'het echte verhaal' te vertellen.

'We hebben hier nooit de problemen gehad van vroeger. We hebben hier altijd in vrede naast elkaar gewoond. Blanken, kleurlingen. Geen frictie. Calitzdorp heeft een bekoring van sy eie.'

Een bekoring van zichzelf. 'Het is hier beter dan aan de Garden Route', had Des White, eigenaar van B&B de Yotclub in Oudtshoorn, vijftig kilometer terug al gezegd. 'Hier is het rustiger. Vriendelijker. Authentieker.'

Zijn vrouw serveert het ontbijt op het terras achter, in de zon: yoghurt met fruit, vanochtend gebakken brood en een zoete bobotie, een van 's lands specialiteiten. Het uitzicht: een kabbelend riviertje, de Grobbelaar, een kerkje in de verte, waarin de boeren liefst onder boeren zijn.

Een ongrijpbare bekoring. Iets tussen goed en fout (tuurlijk, het is Zuid-Afrika), iets tussen spannend en truttig, tussen bevrijdend en beklemmend. Het is kennelijk de charme van de hele Klein Karoo, slechts te bereiken via een van de veertien imposante passen of poorten. Miljoenen jaren terug een binnenzee, nu een halfwoestijn, beroemd om struisvogels (Oudtshoorn), kaas (Ladismith), port (Calitzdorp), immense grotten (Cango), uitgestrekte wijngaarden en gerestaureerde 19de-eeuwse landhuizen (overal).

Zeker minder suffig dan het gebied van de Garden Route, de beroemdste route van Zuid-Afrika, die voor een deel langs de Indische Oceaan loopt: waar alles is aangeharkt, netjes, tweede en derde huisjes tegen de groene heuvels zijn aangeplakt. Bovendien, vanuit de Klein Karoo is het maar een uur met de auto tot het strand.

Toeristen kwamen af op de lokroep: dat de Route 62 'de langste wijnroute ter wereld' zou zijn (voor het gemak zijn de R60, de snelweg N1 en de wijngebieden rond Stellenbosch en Paarl meegerekend). Ook stroomden nieuwe bewoners toe. De huizen in Plettenberg Bay of Knysna aan de Garden Route, waar je voor je rust sowieso al niet meer hoefde te zijn, waren te duur geworden.

'Tien jaar geleden was Oudtshoorn op sterven na dood, zelfs het Holiday Inn is ermee opgehouden', zegt Des White op de veranda van zijn Yotclub. 'Maar toen kwamen de makelaars, Pam Golding, Seeff; de laatste anderhalf jaar zijn de huizenprijzen verdubbeld. Er zijn nu ook Belgen, Australiërs, Duitsers in het dorp, en je hebt zelfs een paar Chinezen met een winkeltje. Op en rond de Baron van Reede-straat: 22 restaurantjes! En zeventig Bed & Breakfasts in het dorp.'

Oudtshoorn (ruim zestigduizend inwoners) is altijd de publiekstrekker van de Klein Karoo geweest. Niet omdat het officieus de hoofdstad heet te zijn, wel omdat het de 'Struisvogel Hoofdstad van de Wereld' is. Tussen de 150- en 200 duizend lopen er rond in de omgeving, verspreid over vijfhonderd boerderijen, ook direct aan de Route 62. Uitstappen dus. Tientallen, soms honderden struisvogels tegelijk staren je vanachter een hek aan. Ze zien blanken in auto's voorbijrazen, zien zwarte kinderen in hun uniform naar school lopen.

Ze zien vooral; één oog is al even groot als de hersenen, legt gids Fils uit op de Highstate Ostrich Farm, een familiebedrijf dat nu al aan de vijfde generatie toe is. Want ja, nu we er toch zijn: een tour. Een beetje in de wist u dat-sfeer. Wist u dat een mannetje en een vrouwtje een hectare land nodig hebben om zich te kunnen voortplanten? Wist u dat een struisvogel anderhalf kilo stenen opeet om daarmee zijn voedsel te vermalen? Wist u dat ie maar twee tenen heeft: een kleine voor de balans en een grote voor het rennen (en hard ook)? Wist u dat het koken van een ei 45 tot 60 minuten duurt, en van één scrambled egg achttien personen kunnen eten? En inderdaad: op deze eieren kun je lopen.

De grootste niet vliegende vogel is de trots van de regio, al sinds het eind van de negentiende eeuw, bijna aandoenlijk vereeuwigd met poppen en tekeningen in het C.P. Nel Museum aan de hoofdstraat van Oudtshoorn. Het ging eerst om de veren: koninginnen en filmsterren tooiden zich ermee (totdat de auto met open dak populair werd). Nu zitten de veren nog wel in een dure boa, maar ook in de plumeau in het keukenkastje, en koop je beschilderde eieren met een Zuid-Afrikaanse vlag, de Big Five (grootste diersoorten) of rotstekeningen van de Bosjesmannen in de souvenirshop. Het vlees, low fat, gaat grotendeels naar het buitenland; de Zuid-Afrikaners zelf houden de goedkope varianten, voor worsten en biltong.

Drie keer raden waar de vleesfabriek staat. Stinkend en al.

Natuurlijk, in de township, in Bhongolethu, 'onze trots'.

Thando Abrahams, een Xhosa die er 24 jaar geleden is geboren, stuurt zijn auto van de Route 62 af. Stoffige straten, krappe huisjes, terug in Zuid-Afrika. Maar dan anders, want dit is de Klein Karoo, zegt Thando, die vorig jaar een tourbedrijfje is begonnen. 'Dit is geen Soweto, dit is geen Mitchell's Plains, ik verzeker je dat dit een van de veiligste townships is. Wamkelekile, welkom.'

Het is ochtend, en het is al warm. Het is rustig. De Kwamalume-supermarkt heeft een paar klanten, bij de dagopvang van Ntinga Ntaka, in een oud klaslokaal, wordt de lunch voorbereid voor een groepje ouderen en geestelijk gehandicapten; Sam, de 'Veg & Fruit Man', kijkt bij zijn kraampje op de hoek uit naar klandizie, de Black Joint Tavern gaat pas om zes uur open, als de taxibusjes met schoonmakers, obers, en tuinmannen terug zijn uit de stad.

En in de gym liggen de halters - met oude verfblikken vol cement als gewichten - te wachten. Thando heeft zelf overwogen een fitnesszaaltje te openen. 'Toch maar niet gedaan. Hier is 35 procent van de mannen werkloos. Die kunnen dat niet betalen.'

Andere wereld of niet, het blijft een verhaal van Zuid-Afrika. 'Bijna iedereen is hier werkloos. Er is alleen wat seizoenwerk, druiven plukken', zegt Alison Coetzee, aan het werk in Die Dorpshuis in Calitzdorp (2500 inwoners), dat de titel 'Port Hoofdstad van Zuid-Afrika' mag dragen. Het Dorpshuis, ook laat 19de-eeuws, eens het onderkomen voor de dorpsdokter of de hoofdonderwijzer, is nu een 'stop' voor toeristen met een huurauto.

Aankomst: vrijdagavond. Pay day. Geld. Loon, of een uitkerinkje. Wat betekent: de Voortrekkersstraat - een stukje Route 62, voor de veiligheid met een paar zebrapaden - is volgelopen met kleurlingen uit township Bergzig. Ze zingen, praten, drinken, en drinken. Elders zou de blanke schande spreken en de deur op slot doen, maar Alison (34) zegt: 'In elk geval hebben ze één avond gelukzaligheid. Ze zitten in een vicieuze cirkel. Het zijn de wijnboerderijen die het drankprobleem hebben veroorzaakt; tot voor kort betaalden die een deel van het salaris uit in wijn. Gelukkig is dat nu verboden.'

Geen Afrikaner, geen boer, te bekennen in het dorp. De meeste blanken zijn import, uit de tijd dat een landhuis nog niet een miljoen pond moest kosten. Hiernaartoe gevlucht met hun hobby: overal bordjes van de 'Kunste Kronkel', een route langs 'kunstenaars en ambachtslieden': poppenmakers, pottenbakkers en wenskaartenmakers.

'Allemaal mensen die met pensioen zijn gegaan', zegt de manager van Die Dorpshuis. 'Tafelkleedjes, placemats - ze zoeken een bezigheid. Niemand komt uit het dorp zelf, alleen de jam-maker.'

Genoeg van het gezellige. Genoeg van de muggen ook. Eerst nog even wat prijswinnende port proeven bij Die Krans en Boplaas, en dan op zoek naar iets anders, gewoon, iets ánders.

Even wat lucht. Terug de weidsheid in. Waar het verlangen naar het volgende dorp toch weer zal groeien.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op deze bijdrage.

Schrijf een reactie

plaats reactie

Je bent bij het reisdagboek van:

icon ericvandenberg
ericvandenberg heeft 130 artikelen geschreven.
 
Abonneer op nieuwe verhalen via e-mail of rss of stuur ericvandenberg een bericht.
 

Eric van den Berg is reisverslaggever van de Volkskrant.

Vrienden van ericvandenberg

iconiconiconiconiconicon
iconiconiconiconiconicon
iconiconiconiconiconicon
icon

Advertenties

Zomer in Noorwegen: Doen!


Noorwegen voor levensgenieters: ontdek het, beleef het! Meer info.

Best gelezen artikelen

BN'ers op reis: Waar zit je?

Tips voor op reis