De speedboot schoot over de rivier want er waren geen stroomversnellingen. Het water was helderblauw. Er zwommen reuzenschildpadden en roze dolfijnen rond de boot. Af en toe passeerden ze idyllische strandjes.
Bodemdeskundige Wim Sombroek (68) zat voorin en hij voelde zich die ochtend op de Xingu-rivier een beetje als Nicolaes Oudaen, de Zeeuwse kapitein die vier eeuwen eerder de oevers had afgespeurd op zoek naar een geschikte plek voor een 'volksplanting', een nederzetting.
Globalisering was toen ook aan de orde. Spanje had het te druk met het zilver en goud aan de andere kant van het continent om zich te verdiepen in het Amazonegebied, dat haar met de zegen van de paus grotendeels was 'toegewezen'. De vijanden van de Spaanse kroon, de Engelsen en de Nederlanders, zagen hun kans schoon. Oudaen had van de 'Heeren' in Vlissingen opdracht gekregen in het Amazonegebied kolonies te stichten.
Tropenveteraan Sombroek had wel eens wat gelezen over Nederlandse forten in de Amazone. In zijn woonplaats Wageningen is hij actief als amateur-archeoloog en hij had zichzelf beloofd ooit een keer op zoek te gaan naar de onbekende forten.
Fort Nassau, gevonden op een oude kaart en ongeveer veertig kilometer bezuiden het stadje Porto de Moz, was het reisdoel. Op zijn schoot had Sombroek satellietfoto's en historische landkaarten. Terwijl de buitenboordmotor toeren draaide, steeg Sombroeks bewondering voor Oudaen die zonder kennis een ondoorgrondelijk gebied was ingetrokken. De rivier was breed en elk moment hadden de pijlen van vijandige indianen Oudaen en zijn mannen kunnen treffen.
Aan een nauwe zijrivier op een schiereiland dat in een binnenzee ligt, vond Sombroek de overwoekerde ruïne van Fort Nassau. 'Een goede, strategische plek', oordeelt de bodemdeskundige. Er was een smal pad en er waren resten van een vier meter brede muur. Op het strandje een tombola van verrassingen: scherven van Delfts blauw en van bruine jeneverflessen (baardmankruiken). Sombroek: 'Ik herkende ze meteen want in de oude binnenstad van Wageningen zijn we ze ook tegengekomen.'
In de Amazone zijn zeker vijf en mogelijk zelfs zeven forten gebouwd door de Nederlanders. Een tweede fort bevond zich in Porto de Moz, maar op de ruïne is een school neergezet. Fort Nassau dateert uit de eerste jaren van de 17de eeuw, decennia voordat in navolging van de succesvolle VOC de Westindische Compagnie werd opgericht en veroveringsexpedities naar Brazilië begon te organiseren.
De 'wilden' (indianen) aan de Xingu-rivier waren meest 'goet volck', memoreert kroniekschrijver Ioannes de Laet over fort Nassau. Hij prijst de 'veelderhande Waeren' die de Nederlanders met de indianen tegen kralen en spiegeltjes konden ruilen. Van houtsoorten tot katoen en tabak. Vooral dat laatste bleek een verkoopsucces. Tabak raakte na het Amazone-avontuur in de mode in Amsterdam.
In 1626 voeren de Portugezen met een grote legermacht het Amazonegebied binnen en vernielden de forten. De kooplieden van de Vereenigde Provinciën bleven echter met gretige ogen kijken naar Brazilië: groot, leeg en belangrijkste producent van suiker in de wereld. De Westindische Compagnie organiseerde diverse expedities.
Wie langs de kust van Brazilië trekt, komt op de meest onverwachte plekken in de deelstaten Alagoas en Bahia ruïnes of naamplaten tegen die getuigen van de Nederlandse expansiedrift. Of Brazilianen met lichte ogen en een donkere huid die volhouden afstammelingen van de Nederlanders van toen te zijn. De meeste sporen lieten de Nederlanders achter in de deelstaat Pernambuco die koningin Beatrix, de kroonprins en zijn vrouw komende week bezoeken.
Op 16 februari 1630 landden Nederlandse oorlogsbodems met zevenduizend soldaten, meest huurlingen. De operatie werd gefinancierd met het geld van de Zilvervloot van Piet Heyn. De manschappen marcheerden naar Olinda, een stadje met kerken, kloosters en zelfs een universiteit, en het centrum van het rijke Pernambuco. De bevolking was in grote haast gevlucht. De deuren waren open en het eten stond nog op tafel, aldus een verslag uit die tijd.
Iedereen in Olinda kan je het steile pad tonen waar de compagniesoldaten met hun zware bepakking puffend van de hitte aan het begin van de avond de op de heuvel gelegen stad binnenkwamen. Ze namen hun intrek in het jezuïetencollege, het grootste gebouw dat strategisch aan de stadsrand lag.
Het jezuïetencollege staat er nog, zij het in een nieuwe versie. De Nederlanders besloten na een jaar de stad plat te branden. Ze voelden zich er onveilig omdat het gebouw te ver van zee lag en op de onregelmatig gevormde heuvel geen vesting kon worden gebouwd. Om te voorkomen dat de Portugezen de stad zouden gebruiken als uitvalsbasis voor een aanval besloten ze alles af te branden. De meeste kerken en andere historische gebouwen van Olinda werden later herbouwd.
Recief, een vissersdorp op een eiland voor de kust, zou dankzij Nederlandse inspanningen de nieuwe hoofdstad worden. Het was de eerste (en ook laatste) gouverneur-generaal van Nederlands Brazilië, graaf Johan Maurits van Nassau, die de bouwactiviteit orkestreerde. Er kwamen geplaveide straten, bruggen en een waterafvoer.
Tegenwoordig is Recife, zoals de naam nu wordt gespeld, een miljoenenstad. Maar het stratenpatroon in het oude centrum is dat van Mauritia, de stad van graaf Johan Maurits. Twee forten, gesticht door de Nederlanders, overleefden eveneens de tand des tijds. Ze staan nu verdwaald tussen hoogbouw en snelwegen en de vlag van Brazilië wappert er fier. Vlakbij de silo's van de haven graven Braziliaanse archeologen aan de stadsmuur uit de Nederlandse tijd.
Huis Vrijburgh heette het paleis dat de graaf voor zichzelf bouwde. Hij liet er ook een hortus en een dierentuin bij aanleggen. Op de plek van de hortus staat nu het huidige paleis van de gouverneur. Van Vrijburgh bleef geen steen meer staan. Maar iets van de glorie zal weerkeren: de hortus van Johan Maurits wordt binnenkort opnieuw aangelegd, vlakbij de plek waar hij vroeger lag.
Met uitzondering van de zeven jaar dat de graaf van Nassau de kolonie bestuurde, lagen de Nederlanders permanent onder vuur van guerrilla-eenheden die zich spontaan vormden onder de plaatselijke bevolking. Op het schiereiland Itamaracá, vijftig kilometer benoorden Recife, bouwden de Nederlanders daarom een vesting op het strand met een uitgang naar zee, waar de zeilschepen klaar lagen voor een eventuele vlucht. Fort Orange noemden zij het.
Het toerisme is in Itamaracá nooit goed van de grond gekomen. Dat heeft zijn attractie. Een zijweg inslaan op het schiereiland betekent een reis terug in de tijd. Er zijn uitgestrekte glooiende suikerrietvelden, huisjes van leem, wegen van rode aarde, kippen en paarden lopen los rond en er zijn verlaten plantershuizen met suikermolens. Er is niet veel veranderd sinds de Gouden Eeuw toen de Nederlanders hier groenten en fruit verbouwden en vers water haalden voor het hongerige compagnieleger in Mauritia/Recief.
Jarenlang lag Fort Orange verborgen onder een zandverstuiving. Tijdens het militair regime in de jaren zeventig werd het indrukwekkende stenen verdedigingswerk uitgegraven. Sinds vorig jaar worden er opgravingen verricht door een groeiende groep Brazilianen en Nederlanders. De initiatiefnemers zijn een enthousiaste archeoloog van de universiteit van Amsterdam en de cultuurhistorica Hannedea van Nederveen Meerkerk, die ooit in Brazilië woonde en promoveerde op het ontstaan van Recife.
In de sleuven bij het fort doen de archeologen bijna iedere week vondsten: munten, een dobbelsteen, de Nederlandse waterput, Nederlandse bakstenen en ook skeletten met enkele koperen knopen erop.
Op Itamaracá hoopt men dat de opgravingen maar ook de restauratie van het trilha dos Holandeses, het pad van de Nederlanders, meer toeristen naar het schiereiland zullen brengen. Het pad, ongeveer vijf kilometer lang, werd gebruikt door de compagniesoldaten en voert van het fort door dichte begroeiing naar een haventje dat de Nederlanders na jaren strijd wisten te veroveren.
Ook in Porto de Moz, in het Amazonegebied, is toerisme de nieuwe mantra sinds de onverwachte belangstelling uit een ver buitenland voor een overwoekerde ruïne. Er wordt al gefantaseerd over dagtochten naar fort Nassau. Wim Sombroek gunt het Porto de Moz. 'Het is een alleraardigst traditioneel stadje weg van de drukte' en de Xingu is een van de mooiste rivieren in Brazilië.
Zelf zit Sombroek weer bij de centrale verwarming in Nederland en heeft hij zich in de boeken gestort. Meer literatuurstudie is nodig om de expedities in het Amazonegebied in kaart te brengen. 'Dit was pas het prille begin', zegt bijna zeventiger blijmoedig.
Is er door Sombroek nog een verslag nagelaten?Ik weet dat hij inmiddels is overleden
Willem Verwol vroeg een jaar geleden om een verslag van de heer Sombroek.
Ook ik heb interresse in een eventueel verslag.
Zomer in Noorwegen: Doen!Noorwegen voor levensgenieters: ontdek het, beleef het! Meer info. |
![]() |
Quebradaada de Humahuaca - Vrouwen met zakken cement verzamelen zich aan de grens tussen...
Noorwegen - Noorwegen is een modern en eigentijds land waar geschiedenis en...
Istanbul - Het is begin mei 2002 en ik reis vanuit mijn woonplaats Samos de...
Ibiza-stad - Voor 2010 zijn deze twee nachten voor ieder een must. USHUAIA en...
Utrecht - De Vlaams-Spaanse zangeres Belle Perez (34) toert vanaf dit weekend...
Kopenhagen - Minister van VROM Jacqueline Cramer (58) is in Kopenhagen, maar ziet...
Vancouver - Voorzitter van NOC*NSF Erica Terpstra (66) kan zelf wel een Terpje...
Wenen - Presentator Joop van Zijl (74) geeft al 26 jaar commentaar bij het...
Rusland - Welke ontmoeting in de trein was zo speciaal dat je die nooit meer zal...
Duitsland - Sta je niet graag op de latten en trek je liever wandelschoenen aan,...
Bali - Waar kun je het beste naar toe als je Kerst wilt ontvluchten? Waar...
Iran - Hoe reis je als vrouw alleen het beste rond in minder...