Had Luik maar niet op de route naar het zuiden gelegen. Dan hadden wij Nederlanders vroeger, toen wij nog gewoon met de auto en de vouwwagen naar Frankrijk op vakantie gingen, er niet dwars doorheen gehoeven. Langs rokende schoorstenen, vervallen arbeiderswoningen en hekwerken die terreinen afsloten die we toch al niet wilden betreden. Reputatie voorgoed vergald.
Ten onrechte, zo blijkt nu. Want er zijn ook Luik-liefhebbers, fans zelfs, die ons op Volkskrantreizen.nl willen overtuigen van de schoonheid van ‘het Parijs van de Benelux'.
Remco bijvoorbeeld, die zichzelf tot de ‘vergane glorie'-fetisjisten rekent, vindt Luik onder andere mooi om ‘het zicht op Sclessin vanaf de N63: de staalfabriek, ertegenover het stadion van Standard, en dan die eindeloze, Noord-Engels aandoende arbeidershuizen die tegen de helling zijn aangeplakt'. En ook Bart kan juist genieten van de ‘grauwe uitstraling van vervallen fabrieken' en de ‘afzichtelijke lelijkheid van de gebouwen die ze vrijwel alleen in België bouwden'.
Maar er is meer! Niet alleen voor industrieliefhebbers is Luik mooi. Kom uit de auto en ga wandelen, adviseert Jurjen Keessen. Dan proef je de sfeer van ‘het levendige, rommelige, afwisselende, verrassende en, vooruit maar, gezellige Luik'. Ga dan ook naar Le Museé en Plein Air du Sart-Tilman, raadt Rene Klerks aan. ‘Het ligt op een bijzonder uitgestrekt universiteitsterrein bovenop een heuvel ten zuiden van de stad. Het terrein ligt werkelijk bezaaid met de meest waanzinnige kunstvoorwerpen en -uitingen.'
Ook de Luikenaren zelf zijn de moeite waard. ‘Ze houden van het leven zoals alle Walen', aldus Robert Crolla.
Bovendien zijn het culinaire fijnproevers, getuige de vele goede restaurants in de stad. M. van Leeuwen adviseert zelfs om bij Maastricht - toch de culinaire hoofdstad van Nederland - ‘nog even door te rijden, als je echt goed wilt eten'.
Sla de zondagse markt ‘La Batte' niet over. Gerard Staals schrijft: ‘Zo ver het oog reikt, rijgen zich de kramen aaneen. Veel groenten, fruit, kleding en prullaria. Maar ook culinaire lekkernijen van vooral Italiaanse en Franse herkomst: kaas, worst, wijn. Daartussen de ‘veemarkt': kippen, ganzen, eenden en honden. Alles is te koop.'
Uitgekeken? Duik het beroemdste café chantant van België in: Au Jardin des Olivettes. Zangers en zangeressen op leeftijd zingen beroemde chansons met dezelfde passie als hun Jacques Brel en Edith Piaf dat ooit deden. Een onvermoeibare pianist met snor, wapperende haren en bretels begeleidt hen uren achtereen.
Een stad met zulke uitspanningen verdient fans. Die zijn er ook. ‘Luik bruist, Luik ademt, Luik is joviaal, Luik begeert, Luik luikt met zwoele ogen', juicht Henri van der Kraats. Natuurlijk is er criminaliteit en een teveel aan fijnstof, maar ‘Luik staat op, Luik krabbelt overeind, het duurt lang, het gaat te traag, maar wat een stad, wat een mensen...'
En wat een liefdesverklaring.
Rene verwoordt het wat eenvoudiger, maar niet minder liefdevol. 'Luik is geweldig. Ga er vooral naartoe!'
Lees hier de reportages over de andere 'lelijke' plekken.