fietsen
brommers
Hoan Kiem-meer
flirten
Ho Chi Minh
Door Volkskrantredacteur Hans Moleman.
In het straatbeeld van Hanoi hebben de fietsen plaatsgemaakt voor brommers. Verder is het aangezicht van de stad nauwelijks geschonden door de vooruitgang. In de oude ambachtstraten is het aangenaam ronddwalen. Wel oppassen voor die Honda’s.
Ruisende fietsen, eindeloos veel ruisende fietsen: dat was ruim 15 jaar geleden nog het geluid van Hanoi. De doi moi, de Vietnamese variant van de perestrojka, waarmee de luiken naar de buitenwereld werden opengezet, was nog maar net begonnen.
Met duizenden burgers van Hanoi tegelijk trapte je rondjes door de mooie binnenstad, door de straat waar alle ketelslagers zaten, de straat met de kruidenwinkeltjes en de straat met de spiegelmakers, langs het Hoan Kiem-meer, genietend van die trage optocht van fietsers.
De fiets is niet alleen een goed transportmiddel, zag je op de boulevard langs het meer, het is ook een uitstekend hulpmiddel bij het flirten. Nog nooit zoveel jongens en meisjes, trappend en achterop, naar elkaar zien lonken, elegant rondjes makend om het meer, bij het vallen van de avond, school of werk gedaan.
Anno 2007 wordt er rond het meer nog steeds geflirt, maar de jongens en meisjes hebben de fiets ingeruild voor een brommer. De doi moi heeft zijn uitwerking niet gemist: Vietnam is minder arm geworden, het is qua ontwikkeling druk bezig noorderbuur China na te volgen, en miljoenen Vietnamezen zijn in het bezit van een Honda Super Dream. Alleen in Hanoi, een stad van bijna vier miljoen inwoners, rijden er naar verluidt anderhalf miljoen rond.
Wel eens anderhalf miljoen brommers gehoord? Het lijkt op een immense zwerm luidruchtige bijen. ’s Ochtends vroeg begint het al, wanneer de bewoners hun bromfietsen uit gangen, woonkamers en steegjes tevoorschijn duwen. Even later wordt het web van smalle straten in het centrum van Hanoi een kluwen van pruttelende tweewielers. Vooral op kruispunten zonder verkeerslichten is het een boeiend schouwspel: wie laat wie nu voorgaan, op het laatste moment voor de klap die onvermijdelijk lijkt.
Het is de prijs van de vooruitgang, al die brommers in het Vieux Quartier. De ontspannen sfeer van vroeger is er een beetje door verloren gegaan. Maar verder is de oude stad tamelijk ongeschonden gebleven. Hanoi is nog steeds een van de meest authentieke steden van Azië, dankzij een rijkdom aan oorspronkelijke inwoners die al hun ambachten nog half op straat uitoefenen, en de prachtige gevels uit de Franse koloniale tijd.
De ontwikkeling die andere Aziatische steden, van Bangkok tot Shanghai, hebben doorgemaakt – de opmars van de auto, hoge kantoren en flats, verhoogde ringwegen en ander modern ongerief – is Hanoi tot op heden bespaard gebleven.
Het is daarom aangenaam ronddwalen in Hanoi, de Stad in de Bocht van de Rivier. Van die rivier merk je weinig in het oude centrum, de Song Hong (Rode Rivier) stroomt een stuk verderop, achter flinke dijken. Te voet gaat het, laverend tussen geparkeerde en rijdende brommers, door de vertrouwde ambachtsstraten, die veel drukker lijken dan vijftien jaar geleden. Op allerlei plaatsen zijn er winkeltjes bijgekomen, van trendy boetieks tot eet- en souvenirzaakjes, overduidelijk bedoeld voor de toeristen.
Met een brommertaxi laat ik me naar het Legermuseum en het mausoleum van Ho Chi Minh brengen. Ho ligt er nog steeds sereen bij, en in het legermuseum staat de vertrouwde collectie wapentuig, van de Fransen en de Amerikanen tot en met een raketwerper van de Chinezen.
‘Het Vietnamese leger is het enige ter wereld dat de VS en China heeft verslagen’, merkt een Vietnamees met een Amerikaanse accent op, die het wapentuig staat te inspecteren. Hij is een van de circa miljoen bootvluchtelingen die na de ineenstorting van het Zuid-Vietnamese regime, nu bijna 32 jaar geleden, de wijk nam voor het nieuwe communistische bewind. Tegenwoordig komen ze weer terug, deze Viet Kieu, als toeristen en investeerders.
Om even aan het straatgewoel te ontsnappen, zoeken we de Tempel van de Literatuur op, schuin tegenover het Museum voor Schone kunsten. De oude hoven en gaanderijen werden bijna duizend jaar geleden aangelegd in opdracht van de Vietnamese keizer Ly Thanh Tong ter verering van schrijvers en andere geleerden. Later werd de eerste nationale universiteit er gesticht. De rust in de binnentuinen is weldadig.
Genoeg rondgedwaald, tijd voor een schemerkelkje in het Metropole. Toen ik er de vorige keer binnenliep, was het het eerste hotel van Hanoi dat was opgeknapt om buitenlandse zakenlui te ontvangen. Anno 2006 blijkt het een favoriete halteplaats geworden voor luxe-reizigers.
De kleine bar heeft plaats moeten maken voor een inpandige allee met winkeltjes van Cartier, Montblanc en Bally, maar de nieuwe veranda achter het hotel maakt veel goed. Ook is er een lekker naar cacao geurend buffet gekomen. ‘De beste manier om de middag door te komen in Hanoi’, lokken de chocolatiers van het Metropole.
Het is helaas al tegen het einde van de dag, een cocktail op de veranda ligt nu meer voor de hand. Een Mango Daiquiri of een mocktail als de Rode Rivier en de Hanoi Sunset natuurlijk, zonder alcohol. Als ik weer buiten sta, stuit ik op een Citroën Traction Avant die voor het hotel staat te glanzen. De klassieke Franse voiture blijkt van de zaak en te huur voor trage rondritten in stijl. Volgende keer, na het chocoladebuffet.
Hanoi, Vietnam
Inwoners: ruim drie miljoen
Munteenheid: dong (1 euro = 20.000 dong)
TIPS:
Drinken:
Hanoi is nog prettig geprijsd. Een forse hardplastic beker vers bier van de tap (‘Bia Hoi’) kost in een van de drinklokalen minder dan een halve euro, op een van de terrasjes bij het meer wordt het wat duurder. Koffie idem dito.Op luxe plekken zoals de veranda van Hotel Metropole kunnen de prijzen oplopen tot Europees niveau. Dan kost de Orangina (in blik) ruim twee euro en een Graham Greene-cocktail zes euro.
Eten:
Het ochtendsoepje, de Pho, te nuttigen op een krukje op de stoep, hoort bij Vietnam als de kroket bij Nederland. Vers stokbroodje erbij en de dag kan niet meer stuk. Geheimtip uit diplomatieke bron: restaurant Quan An Ngon, 18 Phan Boi Chau. Slimme ondernemer heeft de beste straateettentjes van Hanoi verzameld onder een dak, in de sfeervolle tuin van een oude villa. Met echte obers en de langste menukaart van de stad. Hotpot van zeedieren 5 euro, gegrilde bloedschelpen twee euro.
Slapen:
Het centrum kent tal van charmante kleine hotels in opgeknapte Franse panden. Voorbeelden in de buurt van het Hoan Kiem-meer zijn het Quoc Hoa hotel in de Bat Dan-straat, met dakterrasje, en het ertegenover gelegen Hotel Lucky Star, met kleine balkons met straatzicht. Wie luxe wil, boekt in het Metropole, het symbool van de koloniale periode. Is uitvoerig gerenoveerd door het Franse Sofitel-concern, en heeft tegenwoordig een extra vleugel met zwembad in de achtertuin.
Genieten:
Proef een van de lekkerste Robusta-koffiesoorten ter wereld: Trung Nguyen. De koffie heeft een apart, wat zoetig aroma. Trung Nguyen is het puikje van de Vietnamese koffie-industrie (die in amper tien jaar tijd groeide tot de op een na grootste ter wereld, na Brazilië). Het merk is verkrijgbaar in de betere Vietnamese supermarkt en op de Vietnamese luchthavens. Voor een voorproefje: naar de koffiesite www.trungnguyen.com. Geniet vooral ook van de Vietpop-ballad bij de intro.
Super Dream: probeer eens ’n rit achterop een brommertaxi. Goed voor de adrenalineproductie. Prijs per rit hoort niet meer dan een kwartje te zijn, maar de taxi-jongens proberen van toeristen meestal het twee tot driedubbele te krijgen.
Lezen:
Fotoboek van de in Vietnam wonende fotograaf Hans Kemp over de bromfiets als lastdier: www.bikes-of-burden.com.