fort
India
visser
riksja
agra
akbar's mausoleum
chini-ka-rauza
itimad-ud-daulah
yamuna
Om er toch nog wat van mee te pikken voor ik op de nachttrein
richting Rajastan stap, besluit ik een riksja voor de dag te nemen.
Shabbu had me de dag ervoor van het station naar mijn hostel
gebracht en direct zijn diensten voor 300 rupees per dag aangeboden.
Prima deal, dacht ik, aangezien ik op mijn plattegrond al had gespot
dat niet alle interessante plekken naast elkaar liggen.
Mijn eerste stop is het Agra Fort. De Mogoelse heerser Akbar bouwde dit gigantische rode stenen bouwwerk in de 16e eeuw.
Al wandelend door de eindeloze gangen en kamers van het fort waan
ik me bijna een Mogoelse prinses. Bijna, want elke paar minuten worden
mijn dromen verstoord door de giegelende Indiase jongeren die met me op
de foto willen.
Door de ramen zie ik in de verte de Taj Mahal, net zoals de
Mogoelse heerser Sjah Djahaan, die het wereldwonder liet bouwen als
mausoleum voor zijn overleden vrouw, naar zijn eigen project moest
kijken terwijl hij de laatste jaren van zijn leven in gevangenschap in
het fort doorbracht.
Als ik na anderhalf uur naar buiten stap, staat Shabbu al op me te
wachten. Hij wil me typische kunst van Agra laten zien en brengt me
naar een overheidsschool waar het eeuwenoude vakmanschap van marmer
bewerken aan een handjevol studenten wordt geleerd.
Best interessant, maar na een rondleiding die binnen vijf minuten
wordt afgeraffeld wordt ik naar de winkel achter de werkplaats begeleid.
Ben ik er toch nog ingetrapt. Shabbu krijgt hier 10 rupees an 2
procent commissie op een eventuele verkoopprijs, zegt hij als ik ernaar
vraag. Als ik hem vertel dat de riksja chauffeurs in Chennai 100 rupees
en 10 procent commissie bij winkels krijgen lijkt hij niet verbaasd. Ik
vraag me af of hij de werkelijkheid iets heeft aangepast om zijn eigen
belang bij het bezoek aan de werkplaats kleiner te doen lijken.
Ik wil graag lunchen op een dakterras met uitzicht op de Taj
Mahal, waar ik heb afgesproken met twee vrienden uit Chennai die net
in Agra zijn aangekomen. Shabbu had natuurlijk zijn eigen commissie
restaurant in gedachten en probeert van alles om me tegen te houden.
Het uitzicht is niet zo fantastisch, en in zijn suggestie kan ik
tenminste bier drinken, zegt hij. Als dit niet helpt gaat hij zo ver te
beweren dat voedselvergiftiging vaak voorkomt in het restaurant waar ik
heen wil.
Ik geef niet toe en we eten een prima lunch voor een goede prijs, en al onze magen hebben het zonder problemen overleefd.
Na de lunch wil ik graag Akbar's mausoleum bezoeken. De heerser
liet het mausoleum tijdens zijn eigen leven al bouwen en het imposante
bouwwerk is mij van verschillende kanten aanbevolen.
Shabbu heeft echter andere plannen. Hij wil me nog meer 'kunst'
laten zien. Het mausoleum is helemaal niet zo boeiend, zegt hij, en
bovendien erg ver weg.
Dit is mijn laatste dag in Agra en ik ben hier niet om te shoppen,
zeg ik. Ik betaal hem voor de dag en als hij erop staat betaal ik hem
wel wat extra voor die 20 kilometer heen en weer naar het mausoleum.
Bij het horen van de woorden 'extra geld' klaart Shabbu op.
'Tweehonderd rupees', zegt hij. Ik weet dat 40 kilometer hem hooguit 50
rupees kost, maar Shabbu luistert niet en uiteindelijk ga ik akkoord
met 150 rupees. Maar die haal ik wel rechtsstreeks uit Shabbu's
fooienpot.
Shabbu had ongelijk. Akbar's Mausoleum, 20 minuten rijden, is wel
degelijk interessant. De poort is versierd met prachtig mozaiek en
Perzisch schrift, de laan naar het mausoleum is heerlijk rustig en het
naastgelegen grasveld een parkje met palmbomen en apenfamilies.
Hierna rijden we naar de rivier Yamuna waaraan nog twee mausoleums liggen.
Chini-ka-Rauza is een oud gebouw. Niet, zoals
Shabbu beweert, veel ouder dan de Taj Mahal - het werd in dezelfde
periode gebouwd - maar ander materiaal en slecht onderhoud geven het
een oude aanblik. Het is het graf van de dichter Afzal Khan. De schilderingen zijn
afgebladderd en van binnen is het donker en stoffig. En na de glimmende
kitch van de Taj Mahal is dit een erg mooi contrast.
Vlak bij de Chini-ka-Rauza ligt Itimad-ud-Daulah, het mausoleum van de
Perzische edelman Mizra Ghiyas Beg, dat ook wel de Baby Taj wordt
genoemd. Met de zalmroze tegeltjes is dit mausoleum zo mogelijk nog
kitcheriger dan het wereldwonder zelf. Maar het terrein met een groene
tuin is een oase van rust. Een van de poorten om het gebouw kijkt uit
over de rivier. Hier breng ik een goed uur door, kijkend over het
water, waar kinderen baden, vrouwen de was doen en vissers de laatste
netten binnenhalen onder de ondergaande zon.
Shabbu kijkt wat zuur als ik weer naar buiten stap. Had ik niet iets
eerder naar buiten kunnen komen, want nu is het verkeer veel te druk.
Hij ziet zijn benzinekosten in het filerijden omhoog gaan, maar ik ben
zijn gezeur zat. In stilte rijden we naar mijn hotel om mijn rugzak op
te halen en vervolgens door te zijden naar het station.
Mooie stad, Agra, maar voor mij voorlopig geen riksja's meer.