vervuiling
verkeer
geweld
san salvador
chaos
romero
Als een verkeerslicht op oranje springt, proberen de meeste Nederlanders te nog stoppen. Een Salvadoraan daarentegen zal juist extra gas geven om nog net door te kunnen. Als voor de oversteek het rode licht al is verschenen geeft dat niet: het kan nog net. Men is doof voor de boos toeterende bestuurders die uit de andere richting al voordat hun licht op groen sprong zijn gaan rijden.
Dit is San Salvador: hier volgt men geen regels, hier heerst
opportunisme. In de hoofdstad van El Salvador probeert iedereen zijn voordeel te halen uit de mogelijkheden die zich voordoen, ook al gaat dat ten koste van de medemens, het milieu of zet men daarbij zijn leven op het spel. Chaos, geweld en vervuiling zijn het resultaat. El Salvador is een prachtig land, waar een hoop te ontdekken en beleven valt, maar aan de hoofdstad zal de doorsnee toerist weinig mooie herinneringen overhouden.
Dit opportunisme verbaast natuurlijk niet in een land waar voor velen een goede maaltijd nog een luxe is. De tegenstelling tussen arm en rijk springt overal in het oog: dure villa’s achter muren met prikkeldraad en bewakingscamera’s staan naast de krottenwijken. Glimmende SUV’s met airconditioning rijden naast oude ratelende pick-ups die bijna door hun assen gaan vanwege het gewicht van de samengepakte passagiers in de laadbak. De rijke jeugd drinkt cocktails in de discotheken van de luxe winkelcentra, terwijl de armsten hun miserie op straat wegdrinken met clandestien gestookte aguardiente.
Chaos is het eerste wat in me opkomt als ik de stad in één woord moet beschrijven. Graffiti met politiek leuzen en billboards met luxe producten schreeuwen je op straat toe. De overheid lijkt niets te doen om er iets moois van te maken of om ook maar enige orde te scheppen. De weinige historische gebouwen die de stad nog rijk is bevinden zich in het centrum, waar de straten in beslag zijn genomen door marktkraampjes met goedkope kleding, eten en gekopieerde dvd’s. Het gewone verkeer kan er nog maar met moeite doorheen. Als toerist kun je je hier maar beter niet te voet begeven: een blonde Europeaan valt gauw op en is een gemakkelijke prooi voor kwaadwillenden. Je kunt het beste aan een taxichauffeur vragen of hij je door het centrum rijdt, en dan alleen even uitstappen om de kathedraal te bezoeken. Op het plein voor deze kathedraal werden in 1980 tientallen aanwezigen bij de begrafenis van aartsbisschop Romero door het leger vermoord. Herrie galmt door de straten: claxons, autoalarmen, reggaetonmuziek, ronkende vrachtwagens, verkopers met megafoons…
Ook het verkeer is één grote chaos. Het voorbeeld van het oranje stoplicht is nog tamelijk onschuldig. Gevaarlijker zijn de voetgangers die rennend tussen de razende bussen door de snelweg oversteken, zo nodig met kleuters aan de hand of baby’s in de armen. Stoplichten voor voetgangers zijn er niet, dus ze hebben vaak ook geen keus. Maar ook waar wel voetgangersbruggen staan waagt men liever het leven dan even de trap op te gaan. Dagelijks worden voetgangers het slachtoffer van hun eigen inschattingsfouten. Achter het stuur heerst het recht van de sterkste, en de sterksten zijn de buschauffeurs. In hun uit de VS overgebrachte schoolbussen maken zij de straten onveilig. Automobilisten moeten voortdurend op hun hoede zijn voor de bussen die zonder waarschuwing van rijstrook wisselen, plotseling remmen of de weg afsnijden. Favoriete sport van de buschauffeurs zijn de onderlinge races naar de volgende halte, want wie het eerst aankomt heeft de passagiers, en dus de inkomsten. Alles gebeurt onder het motto “Jesus wijst me de weg” of “Alleen God weet of ik terug kom”, dat met agressieve letters achterop de bussen te lezen is.
Geweld is aan de orde van de dag. Door de
burgeroorlog vluchtten vele Salvadoranen naar de Verenigde Staten, vooral naar Los Angeles. Daar ontstonden in de jaren negentig onder Salvadoraanse jongeren de jeugdbendes, de
maras. De leden die uit de VS werden gedeporteerd brachten deze bendes over naar El Salvador. Daar bloeiden zij op, gevoed door armoede, onvrede en de grote hoeveelheid wapens die na de burgeroorlog gemakkelijk te verkrijgen waren. Inmiddels zijn er ook cellen van de Mara Salvatrucha en de Mara 18 in Honduras, Guatemala, Nicaragua, Mexico en naar gezegd zelfs in Spanje. Bronnen van inkomsten zijn roofovervallen, drugshandel, afpersing en moord. De schrik zit er goed in bij de Salvadoranen: als het niet nodig is loopt men liever niet op straat, maar gaat met de auto; huizen zijn beveiligd met prikkeldraad en overal staan bewakers met grote geweren. Het is een probleem waar de overheid geen raad mee weet. Aan de ene kant worden er voorzichtig programma’s voor ex-leden opgezet voor herintreding in de maatschappij, maar aan de andere kant belooft de huidige rechtse regering de bendes juist met ‘superharde hand’ aan te pakken. Maar het plan ‘Super Mano Dura’ is gedoemd te mislukken. De media, sterk beïnvloed door deze regering, tonen dagelijks beelden van in de boeien geslagen bendeleden, maar er wordt niet bij vermeld dat de meesten door vormfouten of gebrek aan bewijs dezelfde dag weer vrij rondlopen.
En dan de vervuiling. Als Nederlander was ik gewend netjes het afval te scheiden, mijn eigen tas mee te nemen naar de supermarkt en zo min mogelijk de auto te gebruiken. In El Salvador wordt je juist vreemd aangekeken als je bij de kassa aangeeft niet voor ieder product een apart plastic tasje nodig hebt: ‘Je gaat toch niet met een pak spaghetti over straat?’ Afval worden zonder schroom op straat gegooid. Men is te lui om even een prullenbak te zoeken. Iemand vertelde mij ooit in een bus een bordje te hebben gezien waarop stond: ‘Houd deze bus alstublieft schoon: gooi uw afval uit het raam’. De straten liggen dan ook bezaaid met plastic zakjes, lege blikjes, papiertjes, batterijen en piepschuim. Bovendien raakt de afvoer erdoor verstopt, wat in het regenseizoen weer leidt tot hevige overstromingen. Het lijkt de Salvadoranen allemaal niet te deren…
Hoe houd ik het vol in San Salvador, hoor ik jullie denken. Soms vraag ik dat me ook af, maar dan bedenk ik me dat de rest van het land en de mensen geweldig zijn. San Salvador is centraal gelegen en is daardoor een goede basis om de rest van het land te verkennen: strand, bergen, natuur, vulkanen, meren, alles is te bereiken in minder dan een half uur rijden. Bovendien raak je gewend aan de chaos: ik betrap mezelf er steeds vaker op ook extra gas te geven bij het oranje stoplicht…