bergsport
vulkanen
izalco
beklimming
Tijdens de geschiedenisles op de lagere school had ik geen medelijden met al die Romeinen die bij de
uitbarsting van de Vesuvius in Pompeii hun dood vonden: eigen schuld vond ik, wie gaat er dan ook zo dicht bij een vulkaan wonen? Twintig jaar later woon ik zelf aan de voet van de Vulkaan van San Salvador. De laatste uitbarsting ervan vond plaats in 1917 en een groot deel van de stad werd daarbij verwoest. Dat is nog niet zo lang geleden, maar een mogelijke nieuwe uitbarsting is voor mij en de Salvadoranen, net als voor de Romeinen van Pompeii, geen reden om maar ergens anders te gaan wonen.
Er zijn in totaal negen actieve
vulkanen in El Salvador en in de laatste honderd jaar zijn er tenminste vier uitbarstingen geweest. In 2005 moesten er nog dorpen worden geëvacueerd rond de Vulkaan van Santa Ana, die een verhoogde activiteit vertoonde en gedurende enkele dagen een grote kolom as uitspuwde. Uiteindelijk bleef de schade beperkt tot een door de asregen mislukte koffieoogst. Hoewel, niet echt een beperkte schade gezien het grote aantal mensen dat afhankelijk is van de koffieteelt.
Eén vulkaan in het bijzonder spreekt tot de verbeelding: de Vulkaan van Izalco. Het is er een zoals een kleuter die zou tekenen: een perfecte kegel, een perfecte krater en constante fontein van lava. Dat was dan ook de reden om op een naastgelegen berg een hotel te bouwen met uitzicht op het spektakel van de Izalco, want wat is er nou romantischer dan een honeymoonsuite met lavaverlichting? Helaas bleken de goden het hotel slechtgezind, want zo’n dertig jaar geleden, naar men zegt precies op de dag van opening van het hotel, vonden zij het welletjes: de lavafontein stopte ermee en het hotel ging failliet.
Wat kun je nou nog doen met een vulkaan zonder hotel en zonder lavafontein? Beklimmen natuurlijk! Vandaag staat de beklimming van de Vulkaan van Izalco op het programma. We trekken goede schoenen aan, kopen water in en vertrekken met de auto richting de Cerro Verde, de Groene Berg, waar het failliete hotel onder mos en onkruid langzaam wegteert en waar de beklimming van de Izalco van start gaat. Elke dag kun je er voor slechts één dollar deelnemen aan een excursie onder leiding van een gids en twee politieagenten. Jawel, politieagenten, want de jeugdbendes hebben ook hier in het verleden hun handen niet van toeristen kunnen afhouden. We worden gerustgesteld door een van de agenten, want er zijn sinds er is begonnen met de escorte geen incidenten meer geweest.
Met goede moed gaan we met ongeveer tien man van start, vol van verwachting over wat we in de krater zullen aantreffen. Eerst dalen we over een bospaadje met niet minder dan 1300 traptreden de Cerro Verde af om aan de voet van de Izalco te komen. De afdaling in de schaduw van het bos gaat ons gemakkelijk af, maar we denken al aan de terugtocht, wanneer we na een zware beklimming en afdaling van de vulkaan dezelfde treden weer omhoog zullen moeten. Onder aan de Cerro Verde houdt het bos op en begint het maanlandschap van donkergrijze brokken lava van de vulkaan. De Izalco, ontstaan in 1770, is een jonge vulkaan zonder begroeiing en schaduw. De zon brandt in de nek en het belooft een zware middag te worden. We beginnen aan de beklimming over de scherpe keien. Enige lef en lenigheid blijken goed van pas te komen. We volgen het pad van de gids, maar iedere stap moeten we zelf nauwkeurig plannen. Betrouwbaar lijkende rotsen blijken plotseling los te zitten, een misstap kan een lelijke val betekenen. Ik vraag me af of onze escorte wel een eerste-hulp koffertje bij zich heeft. Maar het gevaar doet er niet toe, onze gedachten gaan naar de top. Hoe hoger we komen, hoe koeler het wordt, maar ook wordt de beklimming steeds verraderlijker. Niet ver onder de rand van de krater komt op verschillende plekken hete waterdamp onder de rotsen vandaan. Uitgeput komen we na ongeveer een uur klimmen op de rand van de krater aan. Helaas treffen we niet de zwavellucht en het borrelende lava aan waar we stiekem op hadden gehoopt, maar kale rotsen, puin en hier en daar wat stoom. De krater valt een beetje tegen, maar het uitzicht is indrukwekkend. In de verte zien we het failliete hotel, het kratermeer Coatepeque en de Vulkaan van Santa Ana, waarvan de top nog bedekt is met de grijze as van de recente uitbarsting. Ten zuiden zien we de Stille Oceaan en op een heldere dag zou je in het westen Guatemala en in het noorden Honduras kunnen zien. Genietend van het spektakel eten we wat mueslirepen en boterhammen om klaar te zijn voor de terugtocht.
De afdaling over een geërodeerde helling van meer dan vijfenveertig graden blijkt een belevenis op zich. We zakken tot onze enkels in het vulkanische gruis, keien rollen naar beneden, er is nergens houvast. Al snel blijkt dat de gemakkelijkste manier om af te dalen is gewoon te gaan zitten en jezelf als in een glijbaan naar beneden te laten glijden. Mijn spijkerbroek heeft het zwaar te verduren. Verlies je evenwicht niet want je kunt ver vallen! Eenmaal onder aan beland trekken we de schoenen uit, schudden de steentjes eruit en trekken ze vlug weer aan, want de beklimming van het bospaadje met de ontelbare traptreden wacht op ons. Verstand op nul en traplopen zonder te stoppen, niet denken aan de vermoeiing, want iedere rustpauze maakt het steeds zwaarder opnieuw te gaan lopen. Na een uur klimmen zien we eindelijk het licht tussen de bomen door schijnen: we zijn er! Zwetend, vies, uitgeput en met een gescheurde broek bestellen we een colaatje om de behouden tocht te vieren. Het gevoel van overwinning smaakt naar meer:
welke vulkaan doen we volgende week? Ik ga er niet meer voor uit de weg!