Er wordt druk gespeculeerd waar de Dakar Rally langs zal komen. De Sierras Chicas in de provincie Córdoba zijn beroemd vanwege de wereldkampioenschappen Auto Rally die hier jaarlijks wordt georganiseerd. De Sierras Chicas zijn rally gebied, en de Córdobeses zijn samen met de Porteños [inwoners van Buenos Aires] dè rally fanaten van Argentinië. En zoals het gaat in Argentinië: je moet de juiste mensen kennen om aan informatie te komen. De schoonvader van Máximo, eigenaar van het prachtige hotel El Puesto waar we logeren, is bevriend met de man die verantwoordelijk is voor de organisatie van dit stuk en zo krijgt Máximo te horen waar de rally op vrijdag langs zal komen. "We gaan donderdag vroeg weg en blijven daar overnachten, want vrijdagochtend is alles afgezet en kun je er niet meer komen", zo stelt hij. Prima plan. Op woensdag blijkt dat vroeg vertrekken pas een uur of drie is. "Het is zo'n vier uur rijden", zegt Máximo. Ik voorspel dat we pas om tien uur 's avonds op de plek van bestemming zullen arriveren. We zijn tenslotte in Argentinië.
Naar het Dakar Rally circuit
We staan dan ook niet verbaasd te kijken als we tegen half vijf eens vertrekken. Met drie auto's gaan we op pad, Máximo en een vriend volgen later op de motor. De Sierras Chicas is een prachtige, heuvelachtige omgeving. De ripio [steenslagweg] slingert door de groene heuvels en anderhalf uur later zijn we in La Cumbre, alwaar strijken neer voor een koffie op een terrasje. "Nu moeten we wachten op Máximo, die is de enige die weet waar we naar toe moeten", zegt Agustin - zijn vader. De motorrijders komen een uurtje later eens aanzetten - tijd die Coen gebruikt om twee flessen Legui in te slaan, een zoete Argentijnse likeur gemaakt van suikerriet. Als we allemaal weer klaar zijn om te vertrekken bedenkt Agustin dat hij wil tanken. In Argentinië moet je nooit haast hebben.
Onderweg komen we steeds meer reizigers tegen die op zoek zijn naar een overnachtingsplek en er wordt druk gespeculeerd over waar de rally nu langskomt. "Er is wederom een stuk gekort", weet iemand te vertellen waardoor het plan van Máximo in gevaar komt. Soms wordt er maar wat geroepen, later blijkt dat er deze dag niets gekort wordt. Het is inderdaad donker als we aankomen, maar dat is iets wat alleen Coen en ik niet begrijpen. De Argentijnen deert het niets dat de tenten in het donker opgezet moeten worden en vinden het volstrekt normaal om om één uur 's nachts de barbecue aan te steken - iets waar Coen en ik na twee jaar nog altijd niet aan zijn gewend. Een prachtplek is het, op een schaduwrijk terrein van een estancia vlak naast een rivier. En wij denken dat wij laten aankomen... Als we lekker liggen te pitten komt de tweede groep aanzetten. Dat is om vier uur 's nachts. Deze mensen komen uit La Cumbre en zijn om half twee 's nachts vertrokken. We genieten van Argentinië en z'n inwoners, maar ze hebben gewoontes die voor ons mysterieus blijven.
"Dat was ook een Nederlander!"
Als wij opstaan tegen een uur of tien gaan de Argentijnen aan het aperitief en worden de eerste vuren al gestookt voor het middageten - asado [bbq], wat anders. Argentijnen leven op vlees en brood. Sommigen gaan badderen in de rivier, anderen zoeken vast de goede plek uit om de rally te zien langskomen. Daar de rally 's morgens in La Rioja is vertrokken zullen ze pas 's middags hier passeren. Met een paar kleine groepjes zitten we her en der in de bermen, geen grote mensenmassa's, en het wordt een fantastische middag. De motorrijders, quads, buggies, auto's en vrachtwagens - we zien ze allemaal voorbijkomen. De Argentijnen gaan uit hun dak, autorally's kennen ze wel maar vrachtwagens op anabole steroïden niet en ze kunnen er maar niet over uit hoe hard ze gaan. Daar wij niet beschikken over t.v. noch krant zijn we eigenlijk bar slecht op de hoogte van de rally en verbazen ons over hoeveel Nederlanders meedoen, vooral vrachtwagens. Hier op de ripio [steenslag] is het natuurlijk stof happen, 's avonds zijn we letterlijk zwart van het stof. De vrachtwagens komen vlak achter elkaar en rijden voornamelijk in elkaars stof. Coen schiet plaatjes en kijkt dan terug. "Ah, dat was ook een Nederlander", roept hij regelmatig.
Onze eigen rally
De prachtplek die we hebben betekent wel dat we pas weg kunnen als alle rally leden zijn gepaseerd. We boenen het zwart van onze lijven in de rivier en zeggen onze vrienden gedag. We volgen de rally rijders en zien hoe diep de auto's het ripio hebben uitgesleten. Even hebben we onze eigen rally. We hebben de vaart erin als we langs de kant van de weg een reclamebord zien staan van een fotograaf. "Pas op!" roep ik. Coen gaat in de remmen. Net op tijd. Een lullig klein heuveltje, met zo'n rooster om te voorkomen dat dieren van de ene estancia de andere oplopen. Het gaat goed, de wielen blijven op de grond maar het scheelde niet veel of we hadden gevlogen. Achter het heuveltje staat een bus van een fotograaf. Hoeveel mooie plaatjes zal hij hier hebben geschoten? "We hebben het wel geleerd", vertelt Jean-Pierre van het Bison Rally Team later, "als we veel fotograven zien weten we dat we moeten oppassen en vaart moeten minderen".
Te gast in het Dakar Bivak
Het ripio gedeelte hebben we voor onszelf, het leidt door een schitterend heuvelgebied waar de zon begint onder te gaan. Het drama begint op het asfalt: file. Voor het eerst in twee jaar hebben wij file. En dat natuurlijk als wij willen opschieten. Maar er zit niets anders op om mee te tuffen met de meute die en masse naar Córdoba stad gaat - daar is het bivak van de Dakar. Het is elf uur 's avonds als we daar aankomen. We komen het terrein niet op, Coen krijgt Jean-Pierre niet te pakken op de mobiele telefoon die we voor de gelegenheid hebben kunnen lenen van Máximo. Wat nu? Coen overlegt met de dame die verantwoordelijk is voor de entree van het terrein. Hij vraagt of er een briefje bij het Bison Rally Team kan worden afgegeven. "Je hebt dit lang van te voren kunnen voorbereiden, als je het nu nog niet hebt geregeld is het te laat", constateert de Française. Zouden we dan toch iets van het Argentijnse [gebrek aan] organisatievermogen hebben overgenomen? vragen we ons met een glimlach af.
Er komt een Nederlandse truck binnen, Coen geeft hen het briefje. "Tuurlijk, we vragen wel of Kees of Jean-Pierre hierheen komen", zeggen ze. Een half uurtje later staat Jean-Pierre voor ons. Entreebewijzen heeft hij niet. "Net doen of je gek bent, gewoon met ons meelopen en niet opkijken", zegt hij. En dan zijn we binnen. Op het bivak van de Dakar. Geweldig. Het is een stad op zich en de afstanden zijn enorm. We wandelen rond terwijl Jean-Pierre vertelt. Hij krijgt nu pas te horen hoe laat hij 's morgens moet starten. De Fransen zijn misschien georganiseerd ten opzichte van de Argentijnen, maar volgens de Nederlanders laat dat wel wat te wensen over. "Maar dat was in Afrika niet anders", zeggen ze. Na een babbel bij het Bison Rally Team zeggen we gedag, het is één uur en over zes uur moeten ze weer rijden. "Maar loop rustig rond, je bent nu binnen en er is nog genoeg te zien", zegt Jean-Pierre.
Jean-Pierre en Kees: dank voor jullie uitnodiging!
Dus daar maken we gebruik van, tot drie uur lopen we rond. Er gebeurt nog genoeg, vele teams zijn nog aan het sleutelen - de hoeveelheid vrachtwagens, vollledig ingericht met reserve onderdelen, draaibanken en de hele reutemeteut, is indrukwekkend. We spreken diverse Nederlandse teams en onder andere het buitenbeentje van de club: de Hummer van de Amerikanen.
Uitgeput duiken we ons bed in, tegenover het bivak op een strook gras. Maar om zeven uur rijden we zelf ook, kijken of we nog ergens kunnen staan om het Bisonkit team voorbij de zien komen. De start voor het rally traject is 200 kilometer verderop, maar zover zullen wij niet rijden. Uiteindelijk worden we door Kees en Jean-Pierre ingehaald. We moeten lachen, mensen langs de kant denken dat wij er ook bij de rally horen en we worden toegejuicht en gefotografeerd. Als we uiteindelijk onze eigen weg gaan en linksaf slaan richting ons thuisbasis in Jesús María wordt dan ook van alle kanten geroepen: "Nee, nee, hierheen, je moet rechtdoor!!!"
Beste Coen en Karin-Marijke,
Met veel plezier lees ik jullie reisverslagen, foto's en soms filmpjes... Ik vind het geweldig wat jullie gedaan hebben en nog steeds doen. Huis en zaak in de verkoop en een wereldreis maken waar het eind niet in zicht is. Volgens mij wennen jullie nooit meer aan het leven in Nederland. Aan de andere kant kun je met zoveel opgedane ervaringen overal terecht.
Tip: wat meer filmpjes.
Groetjes,
Kees.
Sinds 2003 zijn wij, Karin-Marijke en Coen, onderweg met onze antieke LandCruiser BJ45. Wij hebben alles in Nederland verkocht en zijn onze reis oostwaarts begonnen - zonder vastomlijnde plannen. Zo hebben we Iran, Pakistan, India, Bhutan, China, Bangladesh, Myanmar, Thailand, Cambodja, Laos, Vietnam en Maleisië uitvoerig bezocht.
Nu hebben we onze zinnen gezet op Zuid Amerika. Sommigen zeggen dat wij de langzaamste reizigers zijn die ze tegenkomen. Voor ons gaat alles om het genieten. We houden van de kleine weggetjes die ons doen verdwalen en laten zien wat de wereld te bieden heeft. Dit avontuur is ons leven en wij leven voor dit avontuur.
Calgary - Een luchthaven is een vreemde tussenwereld. Filmmakers, schrijvers en...
Leros - Hoe ouder je wordt, hoe minder belang je hecht aan het vieren van...
Leros - Vervolg op: "Een Grieks huis kopen 1" "Moeten jullie eens...
Samos - Het was november geworden, en het plaatsje Ormos vertoonde de...
Rue Dauphine - Romanschrijver Tomas Lieske (66) heeft zich teruggetrokken in Parijs,...
Jinotega - Schrijfster Lydia Rood (52) is in Nicaragua om inspiratie op te doen...
Wenen - Presentator Joop van Zijl (74) geeft al 26 jaar commentaar bij het...
Chisinau - Operazangeres Annemarie Kremer repeteert in Moldavië voor Norma....
Rusland - Welke ontmoeting in de trein was zo speciaal dat je die nooit meer zal...
Duitsland - Sta je niet graag op de latten en trek je liever wandelschoenen aan,...
Bali - Waar kun je het beste naar toe als je Kerst wilt ontvluchten? Waar...
Iran - Hoe reis je als vrouw alleen het beste rond in minder...