Peru
colombia
Amazona
Leticia
Iquitos
Pereira - Colombia - 5 juni 2007.
Om 0400u. opgestaan. Om 0430u beneden in het flatgebouw de portier gewekt, die mij om 4 u. met de citafoon zou wekken.
Vrij snel een taxi gevonden om naar het vliegveld te gaan. Het inchecken ging heel snel. Ik had dan ook maar 1 tas en die hield ik als handbagage.
Om 0600u zou het vliegtuig vertrekken, maar om 0530u. zaten we letterlijk en figuurlijk “in de wolken”. D.w.z. in de mist. Pereira ligt ook op 1400m hoogte in de bergen. Dus geen vertrek mogelijk. Dat werd dus 0730u. nadat de zon was doorgebroken. Daarna een heel mooie vlucht naar Bogota met een fantastisch uitzicht op de bergtoppen (rond de 5000m. hoog) met sneeuw op de toppen nabij Manizales, ong. 50 km. van Pereira.
Net toen mij het ontbijt was geserveerd kregen we luchtturbelentie en werd de cabineservice gestaakt. 3/4 van de passagiers kreeg dus niets.
In Bogota moest ik een paar uur wachten om door te vliegen naar Leticia, het meest zuid-oostelijke puntje van Colombia in het Amazonegebied..
Hans, een vriend uit Cartagena, ontmoette ik om 0900u. We hadden dus wat tijd om weer wat bij te kletsen, het was al weer een half jaar geleden dat we elkaar gezien hadden.
De vlucht naar Leticia was ook heel rustig met uitzicht over de oerwouden beneden met een paar heel grote bruine rivieren. Na 2uur en 15min. kwamen we in Leticia aan.
Een heel kleine -maar wel “internationale” luchthaven.
De eerste indruk was dat Leticia erg klein is (ong. 25.000 mensen), zag er redelijk schoon uit, tropisch warm met hoge vochtigheidsgraad.
Uit de reisgids hadden we begrepen dat het in Tabatinga, net over de grens bij Leticia in Brazilie, goedkoper was. Dus dat was ons doel. Van de grens merk je niets, gewoon aan de andere kant van de straat, alleen dat de teksten op de winkels ineens in het Portugees verschijnen.
Op de luchthaven waren we benaderd door een hoteleignaar. Die beloofde ons een goede kamer voor een nog betere prijs. Vrijblijvend eerst kijken. Ik met die man achterop de motor om eerst te gaan kijken. Hans bleef met de bagage achter.
Bleek geen 5 sterren hotel te zijn, zelfs geen 1 ster, maar de kamer was groot, 2 bedden, een douche met toilet en uitzicht op de -totaal onverzorgde- tuin. Dat voor 25000 pesos, is USD 10,- per nacht. Dus USD 5,- per persoon. Weer terug op de motor naar Hans en samen met de bagage in een taxi naar het hotel. Onderdak geregeld, dus dat was prima.
We zaten vlakbij de Amazonerivier, een paar minuten lopen vanaf het hotel. De buurt zag er erg rommelig, echt Zuid-Amerikaans uit. Voor ons -toeristen- wel leuk. Maar verder niet om zelf te wonen. De meeste wegen onverhard, veel verkopers van snoepgoed, eten en drinken op en langs de straat. Het verkeer bestond het meest uit busjes en motortaxis.
In de ”haven” , een paar armetierige houten steigers, lagen veel “lanchas”. Dat zijn lange smalle boten. Hier hadden ze allemaal zgn. “long-tail-motoren”. Dat zijn -vaak vrij grote- motoren, waarvan de schroefas wel 4 a 5 meter lang is en horzontaal naar achteren loopt, zodat de schroef net in het water komt. De motor met de lange as is kantelbaar en kan met 1 hand bediend worden en uit het water worden getild als er drijfvuil in de weg zit. Er drijven in de rivier nl. erg veel planten en ook hele bomen. Dit aandrijfsysteem is hetzelfde als ik vroeger ook in Thailand had gezien. Alleen gebruiken ze daar veel zwaardere (auto-)motoren.
Deze lanchas worden voor alles en nog wat gebruikt, want de rivier is de enige verbinding met de volgende dorpen en nederzettingen.
In de meeste lanchas zaten hele families, allemaal Mestiezen, een kruising van Indianen en Spanjaarden.
Bijna alle mensen langs de rivier zijn Mestiezen. Er wonen wel “echte” indianengroepen / stammen in het oerwoud, verder weg van de rivier en o.a. meer in het midden en zuiden van Peru, in de bergen, hoewel ook in Brazilie en Colombia diverse indianengroepen wonen in de diverse stadia van “civilisatie”.
Deze Mestiezen hebben echt helemaal niets. Alles wat ze hebben dragen ze bij zich in een paar grote plastic zakken, ook alle keukengerei, want er moet tenslotte ook gekookt worden. Dat is meestal niet meer dan een beetje rijst met een banaan en soms een -zelfgevangen- vis, want geld om andere dingen te kopen hebben ze niet. Als het regent kruipen ze onder een stuk plastic.
De regentijd was bijna afgelopen, dus wij hebben op de hele trip maar weinig regen gehad. Maar het heet niet voor niet het “regenwoud”, dus het kan ook anders. De Amazone was hier niet echt heel breed, ong. 500 a 600 m. Maar richting Manaus in Brazilie en de Alantische Oceaan wordt dat tot wel meer dan 10 km. breed, nadat er steeds meer rivieren in de Amazone uitmonden.
Naar de Atlantische Oceaan is het vanaf Leticia ongeveer 3600 km. Dus al met al moet dat een boel regen zijn die dan in de regentijd valt. Het water niveau stijgt in de regentijd wel tot 10m. Veel land gaat dan onder water. Een voordeel daarvan is dat de rivierdolfijnen hun dagelijkse menu kunnen afwissen. Die zwemmen dan tussen de bomen door en springen soms uit het water omhoog en halen de bananen uit de bomen. Ze lusten dus -zo nu en dan- ook wel iets anders dan een visje.
Het was ondertussen avond geworden en wij dronken een biertje en hebben wat gegeten bij de haven. Nog goedkoper dan in Colombia. Voor een dollar (omgerekend, want in Brazilie zijn het Reales) eet je je buik vol.
We zagen dat ook veel Mestiezen de nacht doorbrachten op een grote drijvende vlonder, dat was eigenlijk een vlonder van de waterpolitie, maar die maakten daar geen bezwaar tegen. Tientallen, allemaal met veel kinderen, lekker dicht bij elkaar onder lappen, die als deken dienst deden. Heel armoedig. Maar voor hen was dat normaal en er was dan ook niemand die er slecht gehumeurd uitzag.
Wat opviel was dat er geen bedelaars rondliepen. Niemand viel ons lastig en als we iets vroegen of bestelden was iedereen heel beleefd. Liepen we op straat werden we door veel mensen, zelfs door jongelui, beleefd gegroet.
Rond 9 uur was het ongeveer “lichten uit” en was er verder weinig meer te doen of te zien. Dus wij ook maar op tijd onze harde matrassen opgezocht.
6 juni.
Om 0630u. Opgestaan. Er was nog niets open om te ontbijten. Dus we zijn met een lancha de rivier overgestoken naar Peru, naar het gehucht Isla Santa Rosa.
Daarvandaan vertrok nl. de veerboot naar Iquitos, welke trip we wilden bespreken.
Om van Colombia naar Brazilie en/of Peru te gaan merkte je niets van de grens, geen controles, je kon toch nergens anders heen. Door de “selva” (het oerwoud) liepen geen wegen.
In Santa Rosa hoorden we dat in de middag een vrachtboot zou komen die naar Iquitos zou gaan, ook met passagiers. Dat was iets sneller dan we gedacht hadden, maar we konden altijd nog Leticia en Tabatinga meer onderzoeken als we terug zouden komen.
In Santa Rosa heerlijk rustig aan de oever van de Amazone in een restaurant ontbeten en daarna weer terug naar Tabatinga met de lancha.
Om naar Iquitos te gaan moesten we in Colombia wel eerst uitchekken bij de imigratiedienst op de luchthaven van Leticia om in Peru problemen te voorkomen. Dus met de bus naar Leticia en daarna 1.5 km. lopen naar het vliegveld. Bij de immigratie kregen we ons stempel zonder problemen. Werd ons op het hart gedrukt om in Peru ook in- en uit te chekken om bij terugkeer geen probleem te krijgen. Dat hebben we goed in ons hoofd geprent. (Maar wel fout, bleek later).
Vanaf de luchthaven zijn we terug gelopen naar Tabatinga (1 uur en 15 min.). Zo zie je veel meer dan in een bus of taxi en we hadden de tijd. Was wel lekker zweten, maar daardoor verloren we weer de bier-calorieen van de vorige avond. Voor het geld hoefden we het niet te laten, want de bus was minder dan 1 USD.
Om op tijd bij de boot te zijn en dan een goede plaats te kunnen krijgen, zijn we al vroeg in de middag weer terug naar Santa Rosa gegaan.
De boot lag er al. Veel groter dan ik verwacht had. Er waren 3 dekken. De onderste voor vracht en de rest voor passagiers. Er konden ong. 200 passagiers mee.
Omdat in Santa Rosa het beginpunt was, zou de boot niet direkt vol raken, dat zou onderweg echter wel gebeuren, want overal zouden mensen worden opgepikt.
De reis van 3 nachten en 2 dagen kostte net iets meer dan 20 USD, inclusief ontbijt, lunch en avondeten. Leek ons niet te duur, maar we waren vrij sceptisch over de kwaliteit en hoeveelheid van het eten. (Niet onterecht bleek later).
Er waren op de boot een paar “hutten” te huur en zelfs 2 “suites”. De rest moest in een zelf meegebrachtte hangmat slapen, lekker allemaal naast elkaar. Omdat een hangmat kopen duurder was dan het huren van een “suite”, hebben we dat maar gedaan. Ook hoefden we zo de hangmat later niet mee te slepen.
Na stevig afdingen kregen we een “suite” voor de helft van de vraagprijs. Waarschijnlijk omdat niemand anders het geld had om deze te huren. Voor 10 USD konden we 3 nachten daarin slapen. De verkoopster zei ons dat de prijs eigenlijk het dubbele was, maar dat we niets tegen de “administradora” (haar cheffin) mochten zeggen over de lagere prijs. Zij -de verkoopster- zou de rest wel UIT eigen zak aanvullen. Wij dachten echter dat zij de “administradora” niets zou vertellen over de verhuur en het geld dat wij betaalden IN haar eigen zak zou stoppen.
De suite was echter niet meer dan een grote stalen kast met een stapelbed erin. Hans wilde boven slapen. Van mij mocht hij, want beneden was het een stuk breder en om in het bovenste te komen moest je echt klimmen en oppassen dat je je hoofd niet stootte en dat je er niet uitviel. Dat is gelukkig niet gebeurd
Nadat we de boot geregeld hadden zijn we in het gehucht nog een drankje (ja, juist .....een biertje) gaan drinken en hebben we daar redelijk uitgebreid gegeten. Want aan boord zouden we wel eten krijgen, maar we wisten nog niet hoe dat zou zijn.
Om 2000u. vertrokken we. Er was niets te zien, pikdonker. De boot gebruikte een grote zoeklamp om zijn weg te zoeken over de rivier. Deze werd om de paar minuten even aangezet. Zodra deze (of een andere lamp) aanging, kwamen er gelijk duizenden insecten op het licht af.. De meeste wel normaal, maar er waren joekels bij Dat leken wel vliegende muizen, zo groot Een enkele keer vlogen die -verblind door het licht- tegen je hoofd. Niet echt gezellig dus.
We bleven dan ook maar ver van het licht.
Maar wonder boven wonder nauwelijks muskieten. Had ik 2 flessen anti-muskiet meegenomen en heb ik op de hele trip maar een kwart van een fles gebruikt. Maar beter mee verlegen, dan om verlegen.
We zijn dus weer vroeg gaan slapen. Op het hangmattendek was harde muziek en video clips tot vrij laat. Dus ook daarom maar goed dat we een “suite” hadden.
Bij terugkeer van mijn nachtelijke “hoge waterdruk-wandeling” zag ik aan de achterkant van mijn bed iets lopen en omhoog springen. Het sprong net niet hoog genoeg om op het bed te komen. Met de gedachte dat het een soort hagedisje was en omdat ik hem niet kon vangen (sprong steeds weg) ben ik maar weer gaan slapen.
De volgende morgen zag ik het beestje weer, was voor mij totaal onbekend. Nu met daglicht zag ik het goed en het leek op een kruising tussen een kakkerlak en een sprinkhaan. Gelukkig had ik dat in de nacht niet gezien en gelukkig was het niet IN bed gekomen. Nu kon ik het wel vangen en heb het maar buiten gezet.
Ik was vroeg opgestaan om de meute voor te zijn voor toilet en de douche. Dat was goed gedacht, want er was bijna nog niemand op.
Het douchewater was behoorlijk roestbruin, mogelijk kwam dat net als het toiletspoelwater uit de rivier. Dus dat werd een heel snel ritueel. Later zag ik dat veel anderen echt heel uitgebreid de tijd namen om te douchen. Die waren waarschijnlijk helemaal geen douche gewend.
Ook toiletteren was geen pretje. Zat je net, dan voelde je (bruin) water op je rug druppelen uit een lekkende waterleiding boven je hoofd. Wel even zekergesteld dat dit TOEvoer water was en geen Afvoer water van een ander toilet op een hoger dek.
Kleren wassen doe ik deze paar dagen maar niet. Heb genoeg meegenomen om het een paar dagen te kunnen opsparen.
We lopen een dorp aan. Dat bestaat -aan de waterkant- uit paalwoningen. Armoedige optrekjes, gemaakt van planken en palmbladeren als dakbedekking. Verf gebruiken ze helemaal niet voor deze hutjes. Wel een gezellige kleurrijke drukte langs de kant. Veel kraampjes met koopwaar, vnl. groenten, fruit e.d.
Niemand “bekijkt” ons, terwijl we toch de enige “gringos” zijn.We hebben van niemand last. Het dorp een beetje verkend, wat fotos gemaakt. Wat gedronken, ja juist......... een Coca Cola en na ong. 2 uur ging de boot weer verder.
Daarna stopte de boot in diverse gehuchten. Ook als mensen met een vlag aan de kant stonden te zwaaien stopte hij om hen mee te nemen. Al met al liep de boot dus langzamerhand lekker vol.
We kregen onze “desayuno”(ontbijt). Een plastic weggooibakje met wat natte rijst en een heeeeel klein stukje kip erin, opgesierd met een stuk gebakken banaan. De smaak was niet slecht. Maar het stelde verder niets voor. Ook het middag- en en avondeten was niets om over naar huis te schrijven. Dus schrijf ik er ook niets meer over.
Je kon wel extra eten KOPEN. Men wist dus wel dat het menu niet veel voorstelde. Dat extra eten was wel behoorlijk goed.
Nadat we zo’n keer of 8 in een dorpje geweest waren, had dat onze interesse voor het grootste deel wel verloren. Alle dorpjes zijn in principe hetzelfde. Deze tocht en het bezoek aan de dorpen deed me veel denken aan een zeereis waarop je veel eilandjes aandoet. De inwoners van de dorpen en de eilandjes zitten eigenlijk in dezelfde situatie. Alleen per boot kunnen ze de “buitenwereld “ bezoeken.
De kapitein van de boot vertelde me dat mensen die langs de rivier wonen eigenlijk maar een heel beperkt bestaan hebben. Ze hebben bv. geen elektriciteit en ook geen stromend water (ja, het water in de rivier stroomt wel). Ze hebben dus ook geen TV, waardoor hun kennis en betrokkenheid bij de rest van het land en zeker bij de rest van de wereld heel beperkt is. Ook hebben ze daar weinig of geen behoefte aan.
Er is geen werk voor hen in de oerwouden. De meesten hebben een klein stukje grond (maar niet in eigendom) waarop ze hun eigen levensbehoeften verbouwen. Een enkeling heeft er wat kippen bij of een paar varkens. Ze telen en verbouwen hoofdzakelijk voor eigen gebruik en maar een klein beetje voor de verkoop of om te ruilen. Want er zijn toch altijd nog wel dingen die ze moeten kopen.
In de regentijd gebruiken ze opgevangen regenwater als drinkwater, maar de rest van het jaar is de (modderbruine) rivier de enige leverancier van water voor wassen, koken en drinken. Ik heb ze ook direkt de was zien doen in de rivier en hen ook dat water zien drinken. Ook dat went dus.....
Wat ze wel heel goed kunnen en ook vaak en graag doen (volgens de kapitein) is "kindertjes maken". Dat klopt ook wel, want die zie je overal in overvloed.
De natuur is ook vrijwel steeds hetzelfde. Een brede rivier, daarlangs het oerwoud. Geen bergen, soms heel licht heuvelachtig niets echt afwisselends.
Dieren zie je ook nauwelijk vanaf de boot. Wel wat vogels. Ook zagen we diverse rivierdolfijnen. Dat was wel leuk natuurlijk. Er is hier ook een roze dolfijn. Vreemde kleur. Ik wist niet dat die bestonden.
‘s Avonds een paar drankjes genomen, juist ja, ...... biertjes (3 voor 4 USD, maar wel flessen van 620cc). En omdat het toch weer pikdonker was en er dus niets te zien viel zijn we maar vroeg “ter kooi’ gegaan.
8 juni.
Hetzelfde ritme als de 1e dag. Het weer is prima, gisteren hadden we een regenbui, maar dat duurde maar een kwartiertje. Dus relaxed komen we er wel.
We maken een stop in Pevas, een wat groter dorp. Zelfs met een paar verharde straten. Maar geen enkele weg gaat naar een ander dorp.
De boot kan precies de haven in vwb. lengte en breedte. Maar dan moeten wel eerst alle andere lanchas eruit en dat duurde wel even. De haven kant van het dorp is erg rommelig, verveloos, smerig, heel veel mensen met koopwaar.
Er ging een trap naar boven, ongeveer 70 treden, naar het eigenlijke “nette” dorp. Stelde verder ook niets voor en we waren in een kwartiertje wel weer uitgekeken.
Aan boord kregen we weer ons “almuerzo” (lunch). Maar daar zou ik het niet meer over hebben.
Op het toilet was heel ruw met een kwast op de wand de volgende tektst geschilderd:
“Verboden om papier in de pot te gooien, want dan raakt de afvoer verstopt. Gooi het uit de patrijspoort in de rivier. De Direktie”.
Er is aan boord ook geen enkele afvalemmer te vinden. ALLES gaat de plomp in. Ook 3 x dagelijks de ong. 200 plastic borden en plastic bestek Voor zo’n grote rivier niet echt veel, maar het idee alleen al.
9 juni.
Om 0830u. komen we in de haven van Iquitos aan. Ziet er (weer) erg rommelig uit. Is wel een stuk groter. Ook liggen er grotere boten. Een aanlegstijger is er niet voor ons. De boot gaat met de voorkant tegen de kant. Twee loopplanken en je zoekt het maar uit.
We hebben het geheel vanaf het bovendek een poosje bekeken. Want om direkt van boord te gaan met de overige 200 passagiers, terwijl er ongeveer een 100 verkopers AAN boord wilden komen om hun waren aan te bieden, was onmogelijk.
Die verkopers begonnen zodra ze aan boord waren, liefst vlak voor de loopplank, hun waren uit te pakken, o.a. vis en vlees. Diverse passagiers wilden wel kopen, Dus het duurde al met al wel even voor we het rustig genoeg vonden om van boord te gaan.
Een taxichauffeur had ons echter al “gespot” en was aan boord gekomen en had zijn diensten aangeboden. Hij bleef heel braaf en rustig wachten tot we van boord gingen en bood zijn 3-wielige motortaxi aan om ons naar een hotel te brengen. Aan boord hadden we al een redelijk adres gekregen van een medepassagier en ook hadden we gehoord wat de taxiprijzen ongeveer waren. Deze taxichauffeur zat nog onder de geadviseerde prijs, dus die hebben we ingehuurd.
Dat was ong. 20 minuten rijden voor driekwart dollar. Niet te duur dus.
De weg was eerst onverhard en erg slecht. Maar dichter bij de stad werd het asfalt. Ook werden de huizen steeds beter. In de stad zag alles er redelijk uit. Wel alles oud en vaak verveloos, maar een koloniale stijl, in fijte best mooie gebouwen erbij.
Het hotel was prima, grote kamer, 2 grote bedden, 3 ventilatoren, douche/toilet en alles schoon en netjes. Dat alles voor 15 USD, dus USD 7,50 per man, per dag. We hebben het direkt genomen en zijn niet eens meer naar een andere gaan zoeken. Eerst een poos onder de douche gestaan en kleren gewassen.
De stad is tamelijk groot. Ik denk zo’n 100.000 inwoners met een mooi centrum rond een groot plein, het Plaza de las Armas. De stad is ontstaan door de immigranten die op de rubberplantages werkten. Dat was ong. een eeuw geleden. Nu is de stad vrij doods. Er komen wel vrij veel toeristen die het Amazonegebied en de rest van Peru bezoeken.
Ook vonden we rond het plein een heel mooie bar/restaurant. De “Texas Rose-bar”. De bediening bestond uit leuke jongedames in cowboykleren. De zaak was 24 u. p. dag open. De bediening wisselde om de 12 uur. Kon je ook wel zien aan de gezichten van de meisjes als ze aan het eind van hun werktijd kwamen. En dat 6 dagen per week voor net 100 USD. per maand.
Met een taxi naar de immigratiedienst. Die was dus gesloten, want het was zaterdag. Nou, dan maandag maar.
Op het Plaza de las Armas was ook een toeristenburo. Het leek wel of we de eerste toeristen van het jaar waren. De jongedame nam alle tijd om ons van alles uit te leggen en aan te wijzen. Was een heel goede service.
Ook even geld “uit de muur” gehaald en we waren klaar voor Iquitos.
Het centrum was best goed onderhouden en zag er prima uit. Er was een 4 verdiepingen huis van STAAL . Dat bleek oorspronkelijk uit Europa te komen. Was gebouwd door ingenieur Eifel. Dezelfde van de Eifeltoren in Parijs. Dit huis was ook oorspronkelijk in Europa gebouwd en is later in onderdelen door een rubberplantage eigenaar naar Peru gebracht in de hoogtijdagen van de rubberkultuur.
Er zijn hier maar heel weinig autos. Je kunt immers toch nergens heen dan alleen maar in en vlak rond de stad. Wel is het -vooral als de stoplichten op groen springen- een lawaai van jewelste. Er starten dan tientallen, soms meer dan honderd 3-wielige motortaxis. Ze willen allemaal het eerste weg zijn. Als je op een plein staat lijkt het net een race van oude T-Fords. Daar lijken ze nl. wel een beetje op, vooral vanaf de achterkant gezien. Wel grappig, maar veel lawaai en veel uitlaatgassen.
‘s Middags zijn we naar de wijk Belem gelopen. Dat is ong. 20 minuten lopen langs de Amazone rivier langs een mooie boulevard met een prachtig uitzicht over de Amazone.
Belem is een heel arme wijk. Aan de waterkant staan honderden paalwoningen, nou ja, paalkrotten is beter verwoord. Wat een ellende daar. Het water van de Amazone staat onder de huizen in de regentijd. Nu was het al zover gezakt dat alles net droog stond. Dat houdt dus in dat alle toiletgerei nu “op het droge” valt en niet wordt afgevoer door het water. Eerst durfden we eigenlijk de wijk niet in te lopen. Maar we spraken met een “security”-man. Die bood ons aan om met ons mee te lopen door de wijk. Toen zagen we de ellendige leefomstandigheden nog beter, want veel huizen waren open en je kon de “inboedel” zien, of beter niet zien, want er was hoegenaamd niets. Alles verveloos, heel ruw in elkaar getimmerde krotten. De “straten” waren wat losse planken, die op veel plaatsen in de blubber lagen. Heel ongezond leek het ons. Maar wonder boven wonder, de mensen die we tegen kwamen waren heel vriendelijk en groetten ons bijna allemaal.
Zo gevaarlijk was het dus ook weer niet. Toch onze gids maar een fooitje gegeven, wat hij niet verwacht had, maar wel aannam en waar hij heel blij mee was.
Hoger gelegen waren verharde straten, bijna allemaal met marktkramen, waar van alles werd verkocht, het meest voedingsmiddelen, groenten, fruit, vlees etc. Was wel een zootje op straat, want het woord opruimen kent men daar nauwelijks. We hebben er een paar muziek-cd’s gekocht, 1 USD per suk, redelijke prijs dus.
‘s Avonds in de binnenstad wat rondgekeken. Eigenlijk weinig te doen. Er waren wel diverse zeer luidruchtige discotheken. Maar die hoeven we niet, dus verder was er voor ons niet veel te zien of te doen. Ook waren de drankjes in die discos ong. 20 x zo duur als in normale plaatsen. Dus dat hoefde echt niet.
10 juni.
Zondagmorgen. Toen we gingen ontbijten buiten het hotel zagen we een zeer grote militaire parade op het Plaza de las Armas. Veel trommels en trompetten daarbij. We hebben het een poosje aangekeken en zijn toen maar gaan eten.
Na het ontbijt met een motortaxi naar Bellavista-haven, ong. 15 min. buiten de stad. Vandaar met een lancha naar Padre Coche. Een dorpje met Indiaanse achtergronden. Daar vlakbij was ook een vlinderfarm. Die hebben we bezocht. Kregen een prive rondleiding van de Duits sprekende eigenaresse (was een Oostenrijkse). Was zeer interessant en er waren heel mooie vlinders te zien in alle stadia van hun groei. Ook liepen daar diverse andere dieren rond, o.a. apen, tapir, puma, papagaaien en veel andere vogels, in een vijver zagen we een zeekoe.
We wilden nog naar een ander dorp lopen, maar toen brak net een zware onweersbui los. Hebben maar geschuild in Padre Coche, waar die dag ook feest was omdat het dorp 87 jaar bestond. De feestelijkheden bestonden o.a. uit een voetbalwedstrijd, die in de regen en onweer gewoon doorging. Ook was er veel eten te koop en natuurlijk ook wel een biertje. Bij het kopen van het eten kregen we bijna geld toe, zo goedkoop was het. Het smaakte ook best.
Na terugkeer in Bellavista-haven hebben we vast geinformeerd over onze terugreis naar Leticia, want hier zullen we ook geen weken blijven. Ook wilden we terug niet nog een keer 3 nachten op de boot zitten.
Het alternatief was met een speedboot. Wel 3 x zo duur, maar ook 6 x zo snel .
Hans werd daar in de drukte van de haven wel van zijn portemonnee afgeholpen. Hij voelde wel dat iemand hard tegen hem aanbotste, maar had niet door dat tegelijkertijd zijn geld verdween. Het was gelukkig maar net 17 USD, dus dat viel nog wel mee. Helaas ook een bankpasje, maar hij hij er nog twee, dus ook dat was overkomelijk. Wel die andere gelijk laten blokkeren.
Ook zat zijn Colombiaanse ID-kaart in die portemonnee en dat was wel een probleem. Die had hij nodig zodra hij weer in Colombia aankwam. Dus had hij een verklaring van diefstal nodig van de politie.
Wij naar de politie. Die wilden echter geen verklaring opnemen. Moesten de volgende morgen maar terugkomen. Wij de volgende morgen weer naar dat politieburo met een motortaxi (1 USD). Op het politieburo vertelden ze ons dat we eerst naar de Nationale Bank moesten om daar de kosten voor de verklaring te betalen. De kosten van die verklaring waren 50 ct. US. Die bank was vlak bij ons hotel, waar we dus net vandaan kwamen. Moesten we dus weer eerst met een taxi terug. Zou dus wel leuk geweest zijn als ons dat de vorige dag verteld was. Bij de bank aangekomen bleek dat er -echt geteld - meer dan 200 mensen VOOR ons waren. Dat zou zeker uren wachten worden. Daarna zouden we weer terug moeten naar de politie, daar mogelijk ook uren moeten wachten etc. We besloten maar geen verklaring op te vragen in Peru en het in Colombia te “regelen”.
Naar de immigratiedienst om in Peru in te checken. Daar was men eerst heel boos op ons omdat we al 5 dagen ILLEGAAL in Peru bleken te zijn. We hadden nl. in Isla Santa Rosa moeten inchecken Maar wisten wij veel dat er in dat gehucht (200 inwoners) een officiele immigratiedienst zat. Had ook niemand ons verteld.
Uiteindelijk na veel bellen door de ambtenaar en een uurtje wachten kregen we ons stempel, “voor deze ene keer”. Nou, daar zaten we niet mee, want de kans dat we nog een keer terugkomen en dezelfde fout maken, leek ons vrij klein.
We waren dus wel blij met ons stempel, want daarmee zouden we later in Isla Santa Rosa ook weer een stempel kunnen krijgen om het land uit te komen zonder verdere problemen.
Verder hebben we Quistacocha bezocht. Een mooie rit van bijna een uur met de bus. Daar is een echt wit zandstrand aan de oever van de Amazone. Het is dan ook een heel drukbezochte plek, vooral in de weekends voor de mensen uit de stad. Was best heel mooi aangelegd. Er was ook een soort safaripark bij. Daar zijn we ook in geweest en daar hebben we ongeveer alle mogelijke dieren gezien die in het Amazonegebied voorkomen. (hoefden we dus niet meer het oerwoud in om dieren te zoeken). Het was wel een beetje regenachtig. Maar daardoor waren er gelukkig niet al te veel andere mensen en konden we alles goed zien.
Toen we teruggingen kwam de bus maar niet opdagen. Een motortaxi stopte en vroeg ons 4 USD om ons terug te brengen. Uiteindelijk deed hij het voor 1,5 US. Waren wij nog goedkoper uit dan met de bus, dat zou 2 USD gekost hebben.
Iquitos hebben we verder te voet behoorlijk doorkruist. Maar buiten de binnenstad is er niet al te veel bijzonders te zien.
We zijn toen maar een ticket gaan kopen voor de terugreis per speedboot. 60 USD. Vertrekken om 0700u in de ochtend en 10 uur later aankomen in Isla Santa Rosa.
Die reis ging inderdaad heel snel. De boot ging 55 km. per uur en deed maar heel weinig plaatsen aan. Ook bleef hij maar heel kort in die plaatsen. Omdat we de weg al kenden heb ik een boek zitten lezen en wat zitten dutten.
Ik had mijn bagage bij me gehouden, waardoor ik in Isla Santa Rosa heel snel van boord kon. Aan de kant bleef ik op Hans wachten die zijn tas in het bagageruim van de boot had laten brengen.
Toen bleek ook dat de douane van Isla Santa Rosa graag alle bagage van de ong. 45 passagiers wilden onderzoeken. Omdat ik zo snel van boord had kunnen gaan, heeft de douane mij gemist. Ik zat dus lekker aan de kant aan een drankje op Hans te wachten die een van de laatste was die werd geholpen.
Naar de immigratiedienst voor ons “uit-stempel”. Daar bleek echter dat we eerst langs de politie moestenh om een stempel “van goed-gedrag” te krijgen. Kregen we ook nog
We zijn echter die avond nog in Santa Rosa gebleven. Heerlijke vis gegeten. Een “hotel” gezocht en gevonden voor 4 USD per persoon per kamer. Was echter gewoon een houten hok met een sinaasappelkistenbed, waarop een keihard stromatras.
Buiten in de “tuin” waren 2 toiletten voor alle gasten, ongeveer 10 kamers.
Douchen moest door met een bakje regenwater uit een oliedrum te scheppen. Verder liep er een groot varken rond in de modder van de totaal verwaarloosde tuin.
Primitief, onhygienisch??? Kom nou, beetje aanpassingsvermogen en ook dit went.
‘s Morgens waren de andere gasten helaas nog sneller dan wij. Die kenden de routine waarschijnlijk al. Er was nog net genoeg regenwater in de ton om mijn haren nat te maken. Voor Hans was er dus niets meer.
Ook zat er een ong. 15 cm. grote spin boven het hoofdeinde van mijn bed. Deze bleek bij navraag niet echt gevaarlijk, maar toch.... liever niet nog een nacht in dit “hotel”.
Met de lancha naar Tabatinga en daar “ons” hotel weer opgezocht. Vandaar zijn we naar Leticia gelopen en waren we dus weer op Colombiaans grondgebied..
We zijn eerst naar het politieburo gegaan om aangifte te doen van het “verlies” van Hans’ legitimatiebewijs. Dat was zo geregeld en hij kreeg zijn verklaring zonder dat gevraagd werd hoe of waar hij het was verloren. Daarna naar de immigratiedienst op het vliegveld om weer in Colombia in te checken. Ook daar geen problemen, dankzij de “verklaring”.
Nog een dag in Leticia en Tabatinga gebleven. Er is daar niet echt veel te zien. Rommelige, maar wel gezellige en op de markten kleurrijke dorpjes. Het zijn echt plaatsen om van daaruit de jungle in te trekken of de Amazone te bevaren.
De Amazone stroomt het grootste deel door Brazilie. Vanaf Leticia zo’n 3600 km.naar de Atlantische Oceaan. Dat is een onvoorstelbaar en ontzagwekkend groot gebied.
Het “Braziliaanse” regenwoud staat dan ook bekend als “de longen van de wereld”. Dat is natuurlijk wel zo, maar daarbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat de Amazone en het regenwoud niet ophouden bij de grens van Peru en Colombia.
De Amazone ontspringt in het Andesgebergte in Peru meer dan 1000 km. meer naar het westen. Het regenwoud, (die “longen van de wereld”) strekken zich "natuurlijk" ook nog honderden en honderden kilometers uit in westelijke, zuidelijke en noordelijke richting, zowel in Peru, Colombia en ook in Venezuela.
Dus niet alleen Brazilie is verantwoordelijk voor het behoud van “de longen van de wereld”. Het al dan niet illegaal kappen van dit regenwoud gebeurt dus echt niet alleen in Brazilie -zoals vaak door de diverse aktiegroepen wordt gesteld - Dit gebeurt nl. in die andere landen OOK.
Het is maar een weet.
De volgende dag dus weer terug gevlogen naar Bogota. Daar zijn we nog een aantal dagen gebleven en daar een beetje de toerist uitgehangen. Maar Bogota is niet echt een stad wat hoog op je verlanglijst moet staan. De stad is heel erg groot (meer dan 10 milj. inwoners), maar het toeristisch intersessante gedeelte, het oude koloniale centrum, is niet erg groot. Er is verder weinig te zien of te doen. Er komen ook weinig toeristen uit het buitenland. Ook is het vrij koud, m.u.v. de vroege middaguren (20-22grC). ‘s Avonds en ‘s nachts zakt de temperatuur naar 8 grC. Dus een jas of een lekkere trui is een “must”.
We hebben het Museo de Oro bezocht (toegang gratis), daar is echt heel veel mooi en fijn handwerk van sieraden en gebruiksartikelen te zien van de Indianen in Colombia van diverse tijdvakken. Van voor Chr. tot heden, want nog worden er soms weer nieuwe opgravingen/vondsten gedaan.
Bijna alles van goud. De Spanjaarden hebben dus -gelukkig- niet alles gevonden.
Ook zijn we met de kabelbaan de berg Monseratte opgegaan. Daar boven is een -zeer toeristisch- klooster. Wel mooi, met een prachtig uitzicht over de stad (als het redelijk helder weer is).
Terug zijn we de trappen afgegaan. Dat was veel langer en zwaarder dan ik gedacht had. We deden er 45 min. over. We zagen ook diverse mensen die de trappen NAAR BOVEN namen. Mijn petje af, want dat is echt een hele zware klim. Niet alleen door de afstand, maar ook omdat je al op 2600m. hoogte begint en dan nog een 1000 m. klimt Je voelt best wel dat er minder zuurstof is.
=====================================
Een aantal jaren geleden was ik in Manaus in Brazilie. Dat is ruim 1000 km de Amazone af naar het oosten. Daar heb ik toen ook heel veel gezien en meer tochten gemaakt. Er is er niet veel verschil qua flora en fauna met het hierboven beschreven deel.
Maar zowel voor mezelf als voor anderen hier nog een paar “herinneringen” uit Manaus en omgeving.
In Manaus had ik een 3 daagse tocht gemaakt met twee gidsen in een lancha. Dat was heel interessant.
De eerste dag gingen we een zijarm van de Amazone op kwamen na een paar uur in een heel kleine nederzetting. Daar hebben we met een lokale gids een lange wandeling gemaakt door de jungle. De gids vertelde heel veel over het leven van de Indianen in het oerwoud en liet ons o.a. zien hoe je drinkwater uit holle boomwortels kon halen (als je maar wist welke wortels je moest zoeken). Ook haalde hij met een stokje een grote Tarantula uit een gat in een boom. Of hij die daar eerder zelf had ingestopt weet ik niet, maar het was wel interessant om dat behoorlijk grote harige beest zo dichtbij te zien.
In het gehucht waar we zouden slapen was geen stromend water en geen elektriciteit. Dus een douche was er ook niet, dan maar baden in de rivier. Het water was daar pikzwart, maar niet vies.
‘s Avonds gingen we kaaimannen bekijken met de lancha. Met een zaklantaarn zagen we tientallen “katteogen”. Dat waren geen boskatten, maar de kaaimannen die net met hun ogen boven water stil in het water lagen. Tientallen waren er. De gids voer er tussen door, zette de motor af en we lagen stil midden tussen die beesten. Ze waren zo rond 1 tot 1,5m. lang. De gids greep er een als een jonge kat achter in de nek en zette die op het zonnedak van de lancha. Het beest was banger voor ons dan wij voor hem (hoewel......).
Hij probeerde snel weg te komen, maar op het gladde dak slipten zijn poten, maar uiteindelijk schoot hij toch weer het water in.
Dat moesten wij dus ook een keer proberen. (Het vangen van een kaaiman dus, niet via het dak het water inspringen). Eerst wel wat eng, maar als je hem goed stevig vast hield, kon hij echt niets meer doen.
De gids ving nog een grotere en zei dat die voor de volgende dag was, voor op de BBQ. Hij bond een touw om de bek van het beest en liet hem verder los op de vloer van de lancha, waar hij wegkroop onder een paar planken.
Slapen deden we in een paalwoning in hangmatten. Zolang je maar een beetje kruislings ging liggen, ging dat heel goed.
‘sMorgens heb ik met een emmer water uit de rivier gehaald en op de kant mezelf opgefrist. Ik had daar teveel kaaimannen gezien............
Met de lancha weer terug naar de Amazone en weer een andere zijtak opgevaren.
Onderweg schrok ik me echt lam. Op een gegeven moment sloeg nl. de kaaiman van de vorige avond met zijn staart tegen de bank waar ik op zat. Ik was helemaal vergeten dat dat beest daar onder de planken zat.
Maar toen hij tegen de bank aan sloeg, schoot het door me heen dat hij me aanviel. Maar zijn bek zat nog steeds goed dichtgebonden.
We kwamen bij een kleine waterval (ong. 5 m. hoog) het water zag er heel schoon uit en de gids stelde voor te gaan zwemmen. Dat hebben we dus gedaan. Het water was vrij warm, friste niet echt op, maar spoelde wel weer het zweet weg.
Vervolgens zouden we Piranhas gaan vissen. Dat bleek dus op dezelfde plaats te moeten gebeuren waar we net gezwommen hadden.
We vingen er genoeg. Die beesten zijn zo agressief op een stukje vlees, dat je met een stukje aan je haak wel 5 Piranhas kon vangen. Ze beten er zich in vast en als je dan snel ophaalde, vielen ze zo op de vloer van de lancha. Dan een klap met een stuk hout erop en stil lagen ze. Ze hadden echt wel veel en zeer scherpe tanden. Gelukkig hadden we eerst gezwommen. Andersom zou ik niet meer het water ingegaan zijn.
‘sAvonds een BBQ gemaakt van wat stenen en takken. Dat ging prima. De kaaiman werd door de gids geslacht. Nou ja, slachten was het niet. Het beest werd gedood en daarna werd zijn staart eraf gesneden. De staart werd “geschild” en die werd in stukken op de BBQ gelegd. De rest van het beest werd begraven.
Ik had nooit kaaiman of krokodil gegeten en was nogal sceptisch om het te proberen. Maar nu staat het erg hoog op mijn lijstje met lievelingsgerechten. Het smaakt perfect. Ongeveer als kreeft. Het vlees is ook spierwit.
‘s Nachts hebben we in hangmatten buiten tussen de bomen geslapen. Ik was eigenlijk wel een beetje benauwd voor insecten, ook was ik die Tarantula nog niet vergeten. Maar ook dit ging prima en we stonden ‘s morgens weer fris en gezond op.
Vervolgens weer terug naar Manaus waar ik na een rustdag met een bus ongeveer een 10km. langs de Amazone ben gereden naar een plaats waar er een vrachtferry vertrok over de Amazone naar het punt waar de Rio Negro in deze rivier uitmond.
Het water van de Rio Negro is inderdaad pikzwart. Maar wel heel schoon. De Amazone is heel erg bruin van de modder. Beide rivieren stromen vrij snel maar hebben een duidelijk verschillende stroomsnelheid, waardoor de twee “soorten” water zich over kilometers niet vermengen. Vanaf de ferry (gratis voor voetgangers) kon je dit interessante natuurverschijnsel heel goed zien.
De tocht op de ferry duurde ongeveer een uur en hij voer naar een klein gehucht aan de oever van de Rio Negro. Daar heb ik toen gelunched, heerlijke vis, een dutje gedaan in het gras langs de rivier en 2 uur later weer terug met de ferry.
======================